201500991/1/R1

Betreft Bestemmingsplan ‘Rondweg Milsbeek’ gemeente Gennep
Datum uitspraak 13-01-2016
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden actualiteit, Milsbeek, rondwegen
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2016:30

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Als uit een MER blijkt dat de verkeerssituatie en -belasting op de huidige wegen acceptabel is, en een nieuw tracé natuur- en landschapswaarden zou aantasten, is niet onredelijk dat het bevoegd gezag tegen de aanleg van een nieuwe weg besluit.
  • De conclusie over de verkeerssituatie in een MER is niet verouderd als het een jaar oud is en uit recenter onderzoek blijkt dat de verkeerssituatie niet gewijzigd is.

Casus

Op 15 december 2014 heeft de gemeenteraad van de gemeente Gennep geweigerd het bestemmingsplan ‘Rondweg Milsbeek’ vast te stellen. Het ontwerp-bestemmingsplan voorziet in een nieuwe verbindingsweg van de Zwarteweg naar de provinciale weg N271.

Op 17 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan ‘Koningsven-De Diepen’ vastgesteld. Dat plan voorziet in de ontwikkeling van 200 ha. nieuwe natuur in combinatie met zandwinning. Voor dat plan is op 26 september 2013 een MER opgesteld. Hoewel de verkeerssituatie, inclusief de zandtransporten, op de Zwarteweg acceptabel werd geacht, heeft de gemeente Gennep alternatieve verkeersroutes laten onderzoeken. Op 17 juni 2013 heeft de raad besloten een rondweg om Milsbeek aan te leggen en daartoe het ontwerp-bestemmingsplan ‘Rondweg Milsbeek’  in procedure gebracht.

Appellanten menen dat het MER verouderd is. In de huidige situatie moet volgens hen veel meer verkeer via de Zwarteweg worden afgevoerd. Het aandeel middelzwaar en zwaar vrachtverkeer bedraagt nu 14%. Dat is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Het vrachtverkeer zorgt volgens hen voor onveilige gevoelens en overlast door geluid en trillingen.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling overweegt dat het besluit van de raad om het bestemmingsplan niet vast te stellen, voortkomt uit het standpunt van de raad dat de verkeerssituatie en -belasting op de huidige wegen acceptabel is. Verkeerskundig gezien is er volgens de raad geen noodzaak voor de aanleg van de rondweg. De raad heeft onzorgvuldig ruimtegebruik, met nadelige gevolgen voor het open landschap en de natuurwaarden, willen voorkomen. In het MER staat dat de verkeersintensiteiten acceptabel zijn. Weliswaar geeft de totale hoeveelheid vrachtverkeer bewoners een onveilig gevoel en overlast door trillingen en geluid, maar  het MER concludeert dat de huidige route over de Ringbaan/Zwarteweg objectief gezien ook geschikt is voor verkeersafwikkeling van het plan Koningsven-De Diepen.

De raad heeft verder meegewogen dat de nieuwe rondweg de Provinciale Ontwikkelingszone Groen (hierna: POG) zou doorsnijden. De POG is tevens een Ecologische verbindingszone. Uit het rapport van Grontmij van 30 oktober 2014 blijkt dat door de aanleg van de weg een tijdelijke verstoring van het leefgebied van de beekprik en/of rivierprik, rivierdonderpad en kleine modderkruiper in de Kroonbeek kan ontstaan. Ook is een drietal groeiplaatsen van het rapunzelklokje waargenomen in het plangebied en het toekomstige tracé. Naar het oordeel van de Afdeling is het niet onredelijk dat de raad meent dat de aanleg van de rondweg tot een te grote aantasting van open gebied en natuur- en landschapswaarden zou leiden.

De Afdeling overweegt verder dat het MER dateert van september 2013 en het besluit van de raad om het plan niet vast te stellen van december 2014. Het MER is dus maar iets meer dan een jaar ouder dan het besluit en naar het oordeel van de Afdeling niet verouderd. Daarnaast weegt de Afdeling mee dat uit een recenter rapport van 26 februari 2014 ook blijkt dat de verkeerssituatie op de Zwarteweg verkeerskundig gezien acceptabel is.

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.