201308140/1/R3

Betreft Bestemmingsplan Buitengebied Reusel-De Mierden
Datum uitspraak 21-01-2015
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden Reusel-De Mierden, stikstof, Natura 2000-gebieden, emissies, geur, intensieve veehouderij, bestemmingsplannen, buitengebied, planregels
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2015:84

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Als uit het MER en de Passende beoordeling volgt dat sprake is van een overbelaste situatie vanwege geur en in nabijgelegen Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie, kunnen planregels in een bestemmingsplan worden opgenomen die activiteiten alleen toestaan als geurhinder en stikstofemissie niet toenemen.

Casus

Op 9 juli 2013 heeft de raad van de gemeente Reusel-De Mierden het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009, herziening fase 1A’ vastgesteld. Het plan voorziet in wijzigingen van de planregels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. Zo worden  de planregels over de ontwikkelingsmogelijkheden van intensieve veehouderijen gewijzigd.

Appellanten voeren aan dat ten onrechte de bestaande bouwrechten van intensieve veehouderijen beperkt worden en dat de wijzigingsbevoegdheid voor het uitbreiden onnodig beperkend is. Zij pleiten voor een koppeling met de Natuurbeschermingswet 1998 in de planregels of een bepaling dat per saldo geen toename plaatsvindt van stikstofemissie. Verder zijn zij het niet eens met de voorwaarden in de planregels over andere aspecten dan de Natuurbeschermingswet 1998.

De raad wil geen bouwmogelijkheden voor intensieve veehouderijen bij recht mogelijk maken, maar heeft deze afhankelijk gesteld van een wijzigingsbevoegdheid. De reden daarvan is dat uit het ‘MER bestemmingsplan Buitengebied 2009, herziening fase 1A’, waarvan een Passende beoordeling deel uitmaakt, blijkt dat nabijgelegen Natura 2000-gebieden overbelast zijn met stikstof. Ook is er sprake van geurhinder.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling overweegt dat in het plan vergroting van de oppervlakte van intensieve veehouderijen mogelijk is onder bepaalde voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat de achtergrondbelasting van geur niet meer dan 10 ou/m3 mag bedragen en er geen toename van stikstofemissie mag plaatsvinden.

Gelet op de overbelaste situatie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid bestaande uitbreidingsmogelijkheden kunnen beperken. Met de planregels kan worden getoetst of een uitbreiding ruimtelijk aanvaardbaar is. Dat landschappelijke waarden niet onevenredig mogen worden aangetast, acht de Afdeling ook niet onredelijk.

Onder toepassing van de planregels is een toename van het aantal dieren mogelijk, als maatregelen, zoals emissiereducerende stalsystemen, een toename van de stikstofemissie voorkomen. De planregels staan niet in de weg aan intern salderen.

Uit het MER volgt dat de geurhinder kan toenemen als de oppervlakte van veehouderijen uitbreidt. Het opnemen van een geurnorm voor de achtergrondbelasting in de planregels is niet in strijd met de Wet geurhinder en veehouderij. Uit deze wet volgt namelijk dat de achtergrondbelasting een rol speelt bij het vaststellen van een gemeentelijke geurverordening met afwijkende geur- en afstandsnormen.

Uitspraak
De Afdeling verklaart de beroepen ongegrond, maar vernietigt een andere voorwaarde in de planregels vanwege een andere beroepsgrond.