201307656/1/R4

Betreft Bestemmingsplan Buitengebied Tynaarlo
Datum uitspraak 29-10-2014
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden intensieve veehouderij, stikstofdepositie, maximale mogelijkheden, Tynaarlo, Natura 2000-gebieden, planregels
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2014:3866

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Een worstcasescenario in een MER, waarbij mogelijke uitbreidingen van agrarische bebouwing tot toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden leidt, kan worden ingeperkt door planregels die de toename van ammoniakemissie uitsluiten.

Casus

Op 28 mei 2013 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan ‘Buitengebied Tynaarlo’ vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisering van het planologisch-juridisch kader voor het buitengebied van Tynaarlo. Ten behoeve van het plan is een MER en een passende beoordeling gemaakt vanwege de nabijheid van Natura 2000-gebied.

Appellant voert aan dat de raad in het plan geen bouwvlakken van 1 tot 1,5 hectare had mogen toekennen aan agrarische bedrijven die al jaren gestopt zijn, waar geen zicht is op voortzetting van het bedrijf en waar nog maar weinig dieren worden gehouden. Volgens appellant is het worstcasescenario in het MER door de raad ten onrechte gebagatelliseerd en had de raad terughoudender moeten omgaan bij het vaststellen van agrarische bouwvlakken. Appellant richt zich in dit verband tegen de planregels waarbij uitbreiding van agrarische bedrijfsgebouwen mogelijk is, op voorwaarde dat er geen toename van ammoniakemissie door het betreffende bedrijf plaatsvindt.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling constateert dat vanwege mogelijke gevolgen van het plan voor de in en in de nabijheid van het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden, een Passende beoordeling is gemaakt die deel uitmaakt van het aan het plan ten grondslag gelegde MER. Daarin is onderzoek gedaan naar de uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen en de gevolgen ervan voor de Natura 2000-gebieden. Naar aanleiding van de uitkomsten van het MER heeft de raad in de planregels een bepaling opgenomen dat toename van stallen voor landbouwhuisdieren niet is toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden plaatsvindt.

De Afdeling meent dat het beroep is gericht tegen de bij recht toegestane uitbreidingen van agrarische bedrijven en de gevolgen daarvan voor de stikstofdepositie. De Afdeling overweegt dat uit de planregels volgt dat het plan bij recht uitbreiding van de bebouwing bij een agrarisch bedrijf toestaat onder de voorwaarde dat de uitbreiding niet gepaard gaat met een toename van de ammoniakemissie van het bedrijf. Gelet hierop leidt de in het plan bij recht toegestane uitbreiding van agrarische bebouwing niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Het worstcasescenario in het MER wordt niet bij recht in het plan mogelijk gemaakt. Volgens de Afdeling mocht de raad de in het plan opgenomen bouwvlakken toekennen aan de agrarische bestemmingen.

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.