201208900/1/R3

Betreft Bestemmingsplan locatie gemeente Boxmeer
Datum uitspraak 24-07-2013
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden bestemmingsplannen; Boxmeer; passende beoordeling
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2013:446

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Bij de vaststelling van een plan moet ingevolge artikel 19j Nbw worden onderzocht of daarbij ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt die effecten kunnen hebben op Natura-2000 gebieden.
  • Er kan niet op voorhand worden afgezien van een passende beoordeling en het maken van een milieueffectrapport met het enkele argument dat het bestemmingsplan niet meer activiteiten mogelijk maakt dan de verleende (milieu)vergunning. De (milieu)vergunning is niet bepalend voor de planologische mogelijkheden van het plan. Wanneer een plan voorziet in een uitbreiding van de bebouwing ten opzichte van de feitelijke en vergunde situatie, betekent dat niet dat significante gevolgen van het plan voor de omliggende Natura-2000 gebieden op voorhand zijn uitgesloten.

Casus

Op 28 juni 2012 heeft de gemeenteraad van Boxmeer het bestemmingsplan “Langstraat 9A” vastgesteld. Het plan voorziet in een regeling voor een pelsdierhouderij op een perceel ten zuiden van de kern Vortum-Mullum. Met het plan wordt beoogd de bestaande nertsenhouderij op dit perceel bij recht toe te staan.

Appellanten betogen dat de gemeenteraad het plan in strijd met artikel 19j Nbw heeft vastgesteld. Hun inziens is geen rekening gehouden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het perceel. Volgens appellanten ligt het perceel op een afstand van 3,7 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Bij de ammoniaktoets is nagelaten dit gebied in aanmerking te nemen. Appellanten voeren aan dat de gemeenteraad ten onrechte geen passende beoordeling heeft gemaakt. Volgens hen klemt dit te meer, omdat de achtergronddepositie van stikstof in de omgeving van het perceel reeds zeer hoog is. Nu de gemeenteraad volgens hen een passende beoordeling had moeten maken, had de gemeenteraad ingevolge artikel 7.2a Wet milieubeheer ook een milieueffectrapport moeten maken.

De gemeenteraad stelt zich op het standpunt dat het maken van een passende beoordeling niet nodig is. De gemeenteraad voert daartoe aan dat het plan in een regeling voorziet voor het bestaande gebruik van het perceel voor een intensieve veehouderij. Het plan maakt niet meer bedrijfsactiviteiten mogelijk dan in de verleende revisievergunning is toegestaan.

Overwegingen van de bestuursrechter
Vaststaat dat in de omgeving van het perceel Natura-2000 gebieden aanwezig zijn en dat het perceel op een afstand van 3,7 km van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied ligt.

De Afdeling overweegt dat uit artikel 19j Nbw volgt dat al bij de vaststelling van een plan moet worden onderzocht of daarbij ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt die effecten kunnen hebben op Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstelling hiervan. De gemeenteraad heeft dit niet onderzocht. De Afdeling overweegt dat het plan in een uitbreiding van de bebouwing voorziet ten opzichte van de feitelijke en vergunde situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. De Afdeling overweegt dat de verleende revisievergunning niet bepalend is voor planologische mogelijkheden. Dit betekent dat de significante gevolgen van dit plan voor de Natura 20000-gebieden niet zijn uitgesloten. De gemeenteraad heeft verder niet inzichtelijk gemaakt waarom op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat de mogelijkheid tot uitbreiding van de agrarische bebouwing significante gevolgen heeft voor het Natura-2000 gebied, zodat een passende beoordeling en een milieueffectrapport niet behoefden te worden gemaakt.

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep gegrond.