Vrijwillig advies

Er zijn twee soorten m.e.r.-procedures: de beperkte en de uitgebreide procedure. De Commissie kan in beide procedures adviseren met een advies over reikwijdte & detailniveau (R&D) en/of met  een toetsingsadvies als het MER klaar is. 
Wettelijk is vastgelegd dat een advies door de Commissie alleen verplicht is bij de toetsing van een MER in de uitgebreide procedure. In alle andere gevallen kunnen overheden vrijwillig advies vragen.

Vrijwillige adviezen kunnen gaan over:

  • reikwijdte en detailniveau in de beperkte en de uitgebreide procedure;
  • tussentijdse toetsing in een gefaseerde aanpak van de m.e.r.;
  • toetsingsadvies over project-MER in de beperkte procedure;
  • aanvullingen.

Overgangsrecht i.v.m. modernisering m.e.r.
Vuistregel is dat projecten die voor 1 juli 2010 als 'besluit-m.e.r.' zijn gestart onder het oude regime vallen. Lees verder over het Overgangsrecht.

Vrijwillig advies is niet gratis

Sinds 1 juli 2010 brengt het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor een vrijwillig advies van de Commissie een bedrag van € 5.000 in rekening bij het bevoegd gezag. Dit tarief was met IPO, VNG en UvW afgesproken voor een overgangsperiode van twee jaar.
Op weg naar meer kostendekkende tarieven voor vrijwillige adviezen differentieert het ministerie het tarief per 1 juli 2012 naar type plan of project, waarbij beter wordt aangesloten bij de werkelijk gemaakte kosten.


Vanaf 1 juli 2012 gelden de volgende tarieven:

1. Basistarief per 1 juli 2012 = € 10.000 per advies
Vanaf 1 juli 2012 geldt voor vrijwillige R&D- en toetsingsadviezen van de Commissie een basistarief van € 10.000 per advies, met dien verstande dat voor een beperkt aantal projecten een afwijkend tarief geldt.


2. Afwijkende tarieven per 1 juli 2012

Laag tarief = € 5.000 per advies
Voor een aantal minder complexe activiteiten geldt een laag tarief. Dit tarief geldt voor:

  • Project-m.e.r. (inclusief bijbehorend plan-m.e.r. voor bestemmingsplanwijziging)  voor veehouderij projecten (C14, D14)
  • Project-m.e.r. voor dijkversterking (D3.2), zolang het alleen technische maatregelen betreft
  • Project-m.e.r voor gas/oliewinning op zee (C17.2)
  • Project-m.e.r. voor spits- en bufferstroken (C1.3)
  • Second opinion bij m.e.r.-beoordeling


Hoog tarief = € 24.000 per advies
Voor een aantal complexe (rijks-)plannen en projecten geldt een hoog tarief. Dit tarief geldt voor: 

  • Plan-m.e.r bij (MIRT)-verkenningen voor rijksinfrastructuur (incl. spoor- en vaarwegen) (C/D 1,2,3)
  • Plan-m.e.r. bij rijksstructuurvisies, bijvoorbeeld voor havenontwikkelingen (C/D4), luchthavenontwikkelingen (C/D6), windenergie (D22.2), hoogspanningsverbindingen (C/D24) 
  • Plan/project-m.e.r. bij rijkscoördinatieprojecten voor bijvoorbeeld energiecentrales, windparken en hoogspanningsverbindingen (C/D 22/23/24)

 

Wanneer twee maal op vrijwillige basis binnen één m.e.r.-procedure om advies wordt gevraagd, wordt voor beide vrijwillige adviezen tezamen 160% van het reguliere tarief in rekening gebracht (in plaats van twee maal het volledige reguliere tarief).

 

Voor de toetsing van aanvullende informatie geldt een tarief van € 3500.

Overige adviezen

De Commissie adviseert op verzoek van bevoegde gezagen incidenteel buiten reguliere m.e.r. trajecten om over de kwaliteit van (milieu) informatie. Over de tariefstelling en de betaling voor een dergelijk adviestraject wordt van geval tot geval op voordracht van de Commissie door het ministerie van IenM specifieke afspraken gemaakt met de aanvrager.


Overgangssituatie rond 1 juli 2012

Wanneer vallen adviesaanvragen nog onder het oude tarief en wanneer onder het nieuwe tarief?
Adviesaanvragen vallen onder het oude tarief van € 5.000 wanneer:

  • de betaling aan het ministerie van IenM verricht is vóór 1 juli  2012
  • en de aanvraag en definitieve stukken vóór 1 juli 2012 door de Commissie ontvangen zijn.

Wat gebeurt er als het aantal adviesaanvragen de capaciteit bij de Commissie te boven gaat?

  1. Adviesaanvragen worden op volgorde van betaling in behandeling genomen. 
  2. Wanneer het aantal adviesaanvragen de capaciteit van de Commissie overstijgt, overlegt de Commissie met de aanvrager over de termijn waarbinnen het (vrijwillige) advies geleverd kan worden. De gangbare adviestermijn van 6 tot 9 weken wordt dan in onderling overleg verlengd.


Protocol vrijwillige adviesaanvragen

1. Aanvraag
De Commissie ontvangt graag minimaal 3 weken voorafgaande aan de ter inzage legging de adviesaanvraag per mail (mer@eia.nl) met informatie over: 

  • titel van het project
  • type advies
  • verwachte datum van ter inzagelegging
  • gegevens van het (coördinerende) bevoegd gezag aan wie het advies wordt uitgebracht.

Bij intake van de adviesaanvraag geeft het secretariaat van de Commissie m.e.r. u telefonisch aan welk tarief van toepassing is. Per (digitale) brief ontvangt u: 

  • een bevestiging van de aanvraag
  • het tarief dat van toepassing is
  • informatie over de procedure en wijze van betalen aan het ministerie van IenM.

Deze (digitale) brief dient tevens als factuur.

Het bedrag moet door het bevoegd gezag worden overgemaakt, niet door de initiatiefnemer. De Commissie start pas als zij van het ministerie bericht heeft ontvangen dat het bedrag is overgemaakt. Houdt u daarbij met uw planning rekening.


2. Adviestermijnen
Een vrijwillig advies kent geen verplichte termijnen. De termijn wordt in overleg tussen bevoegd gezag en het secretariaat van de Commissie vastgesteld. De projectplanning van het bevoegd gezag, het eventueel meenemen van zienswijzen en de beschikbare capaciteit bij de Commissie zijn factoren die een rol spelen in de adviestermijn.
De Commissie streeft ernaar om binnen dezelfde termijn te adviseren als bij een verplicht advies. Dit betekent dat u rekening moet houden met een adviestermijn van in ieder geval 6 à 9 weken.


3. Voor de start van de adviestermijn dient de Commissie te beschikken over:

  1. De formele adviesaanvraag in de vorm van een brief ondertekend door (of namens) het bevoegd gezag. 
  2. Voldoende exemplaren van de notitie R&D of MER en overige relevante stukken.  
  3. De melding van het ministerie van IenM dat de betaling ontvangen is.

De stukken waarover de Commissie adviseert zijn openbaar of worden zo snel mogelijk, voordat het advies is uitgebracht, openbaar gemaakt. Ook het advies van de Commissie is openbaar.

 

Is een vrijwillig advies zinvol?

Een R&D-advies:

  • biedt houvast voor de inhoud van het MER. Het voorkomt dat belangrijke zaken buiten beschouwing blijven. Tegelijkertijd voorkomt het dat het onderzoek te ver voert.
  • maakt vooraf duidelijk op welke punten de Commissie het MER zal toetsen;
  • verschaft informatie over relevante ontwikkelingen op wetenschappelijk en juridisch gebied;
  • is gebaseerd op jarenlange ervaring van de Commissie met vergelijkbare m.e.r.-procedures;
  • wordt opgesteld door een op het project toegespitste werkgroep van deskundigen met relevante expertise.

 

Een R&D- of toetsingsadvies in de beperkte m.e.r.-procedure:

  • is zinvol als sprake is van maatschappelijke weerstand;
  • vergroot de waarde van het rapport als onderbouwing van het voornemen;
  • verkleint de juridische risico's voor het besluit.

Overheden zijn niet verplicht om de zienswijzen over het MER mee te laten nemen in het advies. Bij omstreden projecten kan dit wel nuttig zijn. Lokale informatie van betrokkenen en aangedragen alternatieven krijgen zo een objectieve en onafhankelijke beoordeling.

 

Advies over een aanvulling op een MER:
Wanneer bij de toetsing van het MER de Commissie constateert dat er essentiële informatie voor het te nemen besluit ontbreekt, stuurt zij het bevoegd gezag een voorlopig advies. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De Commissie brengt dit advies binnen de termijn uit;
  • Het bevoegd gezag vraagt de Commissie de advisering op te schorten om de initiatiefnemer de gelegenheid te geven het MER aan te vullen. De Commissie schort de advisering voor een ongeveer 6 weken op. Om de transparantie te waarborgen, plaatst de Commissie het voorlopige advies op haar website. Als de aanvulling na de afgesproken periode er niet is, brengt de Commissie het advies alsnog uit.

Aanvullingen en de beoordeling daarvan door de Commissie zijn niet wettelijk voorgeschreven. Een advies over de kwaliteit van een aanvulling wordt beschouwd als een vrijwillig advies.