Argent Energy in het Westelijk Havengebied van Amsterdam produceert biodiesel uit organische reststromen, zoals frituurvet. Het bedrijf wil de toegestane productie vergroten van 200.000 ton naar maximaal 600.000 ton per jaar. Daarvoor zijn verschillende vergunningen nodig. Voordat het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland daarover besluit, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport.
Hoofdpunten uit het advies
Toetsingsadvies
Het milieueffectrapport is aangevuld na eerder advies van de Commissie. Er is nu voldoende informatie over bijvoorbeeld energieverbruik, vermindering van broeikasgassen, geluid van aangemeerde schepen en gebruik van restwarmte als brandstof voor de fabriek. Alleen op de geurbelasting voor de omgeving is meer toelichting en onderbouwing nodig, oordeelt de Commissie.
De Commissie adviseert om het rapport eerst aan te vullen en daarna pas een besluit te nemen over de vergunningen.
Voorlopig toetsingsadvies
Het milieueffectrapport brengt de meeste milieueffecten goed in beeld, zoals stikstofneerslag op natuur en externe veiligheid. Op andere onderdelen is meer toelichting en aanvulling van milieu-informatie nodig, zoals het energieverbruik, de vermindering van broeikasgassen en de geluid- en geureffecten. Ook adviseert de Commissie om beter te onderzoeken of het bedrijf milieuwinst kan boeken door gebruik van restwarmte.
De Commissie adviseert om het rapport eerst aan te vullen en daarna pas een besluit te nemen over de vergunningen. De provincie neemt dat advies over en zal het aangevulde milieueffectrapport weer voorleggen aan de Commissie.
Advies reikwijdte en detailniveau
Het bedrijf wil met de productie van biodiesel bijdragen aan de vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van broeikasgassen. Wat die bijdrage kan zijn, moet duidelijk worden uit het rapport. Daarvoor is onder andere een goede beschrijving nodig van het productieproces en de installaties, van de gebruikte stoffen en hun oorsprong en van de technieken die worden ingezet om het energie- en watergebruik en de schadelijke gevolgen voor het milieu te beperken.