ECLI:NL:RVS:2010:BO6602

Betreft Buitengebied Markelo - vervolg
Datum uitspraak 08-12-2010
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden bestemmingsplannen, buitengebied, Markelo, plan-m.e.r., milieuvergunningen, veehouderij, maximale mogelijkheden
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201002512/1/R3

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Bij het beoordelen van de m.e.r.-plicht en bij het opstellen van een MER moet uitgegaan worden van hetgeen maximaal mogelijk wordt gemaakt.
  • In dit geval maakt het plan niet meer mogelijk dan de bemerde vergunningaanvraag.

De conclusies zijn in lijn met de eerdere uitspraak over een bestemmingsplan voor een andere locatie in Markelo (Bestemmingsplan 'Buitengebied 1997 Markelo, herziening Groningerveldweg 2a, Markelo'). De Commissie m.e.r. heeft over dit plan-MER niet geadviseerd.

Casus

De gemeenteraad van Hof van Twente heeft op 15 december 2009 het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1997 Markelo, herziening Holtdijk ongenummerd te Markelo’ vastgesteld. Het plan voorziet in de verplaatsing van een veehouderij naar een locatie van 8,8 hectare. De verplaatsing vindt plaats in het kader van de Regeling bedrijfshervestiging- en beëindiging.

Een van de procedurele bezwaren luidt dat het ten behoeve van het plan opgestelde MER slechts is toegespitst op de milieuvergunning van het bedrijf en niet op hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. Appellanten wijzen erop dat de grootte van het in het plan opgenomen bouwvlak het mogelijk maakt om de vergunde bedrijvigheid minimaal te verdubbelen en dat het plan er niet aan in de weg staat dat buiten het bouwvlak bedrijfsgebouwen worden opgericht. In het MER is beschreven welke omvang het te verplaatsen bedrijf feitelijk zal krijgen, waarbij op basis van de aantallen te houden vee een totale omvang is berekend van 240,2 Nederlandse Grootte Eenheden. Volgens het MER biedt het bouwvlak de mogelijkheid om deze aantallen te verdubbelen en staan de Wm, de Regeling ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij daaraan niet in de weg.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak gaat de bouwmogelijkheden van de planregels na en komt tot de conclusie dat bouwwerken (en ook mest- en voedersilo’s e.d.) binnen het bouwvlak moeten worden opgericht. Hierdoor hebben appellanten het niet aannemelijk gemaakt dat het MER slechts is toegespitst op de aan het bedrijf verleende milieuvergunning en dat daarin geen rekening is gehouden met de uitbreiding van het bedrijf die het plan mogelijk maakt. Met andere woorden het plan-MER voldoet wel. Ook de materiële beroepsgronden zijn ongegrond.

Uitspraak
De Afdeling verklaart de beroepen (voor zover al ontvankelijk) ongegrond.