923. Recycling and utilities North refinery te Delfzijl

North Refinery is een bestaande raffinaderij waar mengsels van ruwe aardolieproducten, olie/watermengsels en oliehoudende waterstromen, waaronder gevaarlijke afvalstoffen, worden bewerkt tot bruikbare brandstoffen, zoals benzinecomponenten, gasolie, dieselolie en stookolie. North Refinery wil de bestaande activiteiten uitbreiden en bundelen met nieuwe activiteiten (waarvoor nieuwe installaties opgericht worden). Het voornemen is onder andere om ook steekvaste stromen te gaan bewerken. Dit leidt tot een bedrijfsmatige activiteit op het gebied van raffinage, afvalrecycling en het leveren van basisvoorzieningen voor de industrie in het noordoosten van Nederland. De totale capaciteit voor vloeibare stromen zal (in fasen) uitgebreid worden van 150 kton per jaar (nu) tot ongeveer 350 kton per jaar. Binnen deze capaciteit is uitwisseling van capaciteiten tussen de verschillende soorten vloeibare grond-, rest- en afvalstoffen mogelijk. De totale capaciteit voor vaste stromen zal (gefaseerd) worden opgebouwd tot ongeveer 250 kton per jaar.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
03-12-1997 Datum kennisgeving
03-12-1997 Ter inzage legging van de informatie
16-02-1998 Advies uitgebracht
Toetsing
16-09-1998 Kennisgeving MER
16-09-1998 Ter inzage legging MER
Toetsing a
07-12-1998 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Voor de bestaande installaties werden op 15 juni 1993 vergunningen verleend (zonder m.e.r.). Op basis hiervan startte North Refinery op 21 mei 1997 een m.e.r.-procedure voor een uitbreiding van de bestaande inrichting met nieuwe installaties. Nadat echter de in 1993 verleende vergunningen op 7 augustus 1997 door de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State werden vernietigd vanwege het ontbreken van een MER voor deze vergunningen, werd de m.e.r.-procedure voor de uitbreidingen gestaakt. Nu wordt een revisievergunning gevraagd voor de bestaande activiteiten én de nieuwe activiteiten. De uitbreidingen die nu worden voorgesteld zijn omvangrijker (zowel wat betreft voorgestelde capaciteit als aantal nieuwe installaties) dan die medio 1997 werden voorgesteld. 

Bij de toetsing constateerde de Commissie dat alle essentiële informatie in het MER aanwezig was. De Commissie gaf enkele aanbevelingen voor de besluitvorming, waaronder:

● monitoring van de kwaliteit van in- en uitvoerstromen, omdat deze bepalend is voor de praktische haalbaarheid van de stelling in het MER dat alle eindproducten van de PEC-lijn kunnen worden hergebruikt;

● monitoring van de hoeveelheid afgefakkelde koolwaterstoffen en aangeven van de grens waarboven heroverweging van fakkelen ten opzichte van gecontroleerd naverbranden van koolwaterstoffen aan de orde is;

● zeker stellen dat het incomplete overzicht van storingen en calamiteiten, en in die situaties uit te voeren maatregelen, wordt aangevuld op het moment dat de bouw van deelinstallaties concreet aan de orde is.

Verder beval de Commissie voor toekomstige milieueffectrapportages aan om duidelijkheid te scheppen over de te hanteren aannamen bij het uitvoeren van LCA’s voor de vergelijking van het voornemen met de minimumstandaarden in het MJPGAII. De aannamen in het MJPGA II waren inmiddels namelijk (deels) verouderd. Dit gaf onduidelijkheid over welke aannamen in een MER het beste konden worden gehanteerd bij de vergelijking.

In juli 1999 verleende de provincie de vergunningen, inclusief een uitgebreid monitoring/evaluatieprogramma. Zij hield rekening met alle aanbevelingen van de Commissie, met uitzondering van het aangeven van een concrete grens voor de uitstoot van de fakkel waarboven affakkelen zou worden geherevalueerd. Ten aanzien van de aanbeveling over LCA meldde de provincie dat zij dit punt in zou brengen in het overleg met de andere provincies.

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ing. W.G. Been
dhr. drs. T.J. Blonk
dhr. prof.dr.ir. G. Brem
dhr. drs. J.L.P.M. van der Pluijm

Voorzitter: dhr. ir. M.M.U. van Dis
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. R.A.A. Verheem

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
North Refinery B.V.

Bevoegd gezag
Groningen

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Groningen


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C18.2 tot 1-4-2011: Oprichten inrichting voor gevaarlijk afval: verbranden, chemisch behandelen, storten of in de ondergrond brengen
C18.4 tot 1-4-2011: Niet-gevaarlijk afval: verbranden of chemisch behandelen van >= 100ton per dag
C21.1 tot 1-4-2011: Aardolieraffinage: oprichting inrichting (m.u.v. smeermiddel)
C21.2 tot 1-4-2011: Aardolieraffinage: uitbreiding inrichting (m.u.v. smeermiddel)
D18.3 tot 1-4-2011: Wijzigen van inrichting voor diverse afvalstoffen

Bijgewerkt op: 10 jul 2018