906. Emssperrwerk (Stormvloedkering in de Eems), Niedersachsen

Het voornemen betreft de bouw en het gebruik van een waterkering in de rivier de Eems ter hoogte van Gandersum en Nendorp bij km 32,2 dat twee doelen moet dienen:  de veiligheid door te fungeren als stormvloedkering voor het achterland van de rivier; de regionale economie om de doorvaart mogelijk te maken van grote cruiseschepen met een diepgang van meer dan 7,30 m vanaf de scheepswerf Meyer te Papenburg over de Eems naar de Noordzee.

Procedure en adviezen

Toetsing
03-09-1997 Kennisgeving MER
03-09-1997 Ter inzage legging MER
04-11-1997 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Dit Duitse voornemen kan milieugevolgen hebben voor Nederland en met name in het Eems-Dollard estuarium. Het MER (de Umweltverträglichkeitsstudie=UVS) wordt beoordeeld door de Nederlandse overheid om te beslissen over de vraag of consultatie tussen Nederland en Duitsland nodig is en, in het bevestigende geval, welke onderwerpen dan ter sprake zouden moeten komen.

De Commissie voor de m.e.r. is door de minister van VROM, mede namens de ministers van LNV en van V&W gevraagd te adviseren ten behoeve van de standpuntbepaling door de minister van VROM over de consultatie. De advisering vindt plaats op grond van art. 7.38g, tweede lid van de Wet milieubeheer (Wm). 

Omdat het de eerste maal is dat de Commissie op grond van art. 7.38g, tweede lid Wm adviseert, bevat het advies een beschrijving van de werkwijze bij de opstelling van het advies. Ook is een toetsingskader uitgewerkt, dat uiteenvalt in een juridisch en een milieu-inhoudelijk deel.

Wat betreft het juridisch toetsingskader is in eerste instantie van belang het Duitse recht. Daarnaast spelen relevante internationale verdragen en overeenkomsten een rol. Daartoe behoren het Eems-Dollardverdrag met het Milieuprotocol, de EG-richtlijn inzake milieueffectbeoordeling, de EG Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, het UNECE (United Nations Economic Commission for Europe) Verdrag over m.e.r. in grensoverschrijdend verband en de afspraken gemaakt in het kader van de trilaterale Waddenzee samenwerking. Het Nederlands recht is in beginsel niet relevant. De Nederlandse overheid kan evenwel de Duitse overheid verzoeken om aanvullend op hun juridische verplichtingen nog verdergaande informatie te geven die vanuit Nederlands perspectief wenselijk is.

Het milieu-inhoudelijk toetsingskader wordt gevormd door het zogenoemde “Untersuchungsrahmen für die Umweltverträglichkeitsstudie” aangevuld met vragen en aandachtspunten die de Commissie opstelde voor de toetsing.

De Commissie komt in haar advies tot de conclusie dat er op grond van het juridisch en het milieu-inhoudelijk toetsingskader voldoende reden is om consultatie aan te vragen.

In de beoordeling welke gevolgen het Emssperrwerk kan hebben voor Nederland en met name voor het Eems-Dollardestuarium speelt het afwegingskader dat wordt gegeven in de EG Habitatrichtlijn een belangrijke rol. Dit omdat het Dollardgebied is aangewezen als speciale vogelbeschermingszone (special protected area = SPA). Het afwegingskader kent vier hoofd elementen:

  1. zekerheid dat de natuurlijke kenmerken van de speciale vogelbeschermingszone (SPA) niet worden aangetast;
  2. als die zekerheid niet bestaat, dan moet worden nagegaan of er alternatieve oplossingen zijn die die zekerheid wel kunnen geven;
  3. indien aantasting van de natuurlijke kenmerken plaatsvindt en bij 'ontstentenis' van alternatieve oplossingen, dan aantonen dat 'dwingende redenen van groot openbaar belang' bestaan om het project te rechtvaardigen;
  4. in dat geval is het nemen van alle nodige compenserende maatregelen vereist.

De Commissie komt tot de conclusie dat de UVS essentiële informatie mist voor Nederland om te kunnen beoordelen of de natuurlijke kenmerken van het Eems-Dollard estuarium worden aangetast en dus ook welke mitigerende, compenserende maatregelen getroffen zouden moeten worden in het geval van aantasting. Het belangrijkste potentiële effect voor Nederland lijkt te zijn het optreden van een golf van zoet en zuurstofarm water na beëindiging van een stuwingsperiode op de rivier. De UVS behandelt de vraag naar nut en noodzaak nauwelijks. De Commissie acht zich zelf echter niet competent die te kunnen beantwoorden. Wat betreft mogelijke realistische alternatieven, lijken er geen andere oplossingen te zijn die kunnen voldoen aan de beide doelen van het Sperrwerk: stormvloedkering én stuw voor het opstuwen van rivierwater om de doorvaart van grote schepen met grote diepgang van Papenburg naar de Noordzee mogelijk te maken. Het alternatief dijkverhoging en nog verder uitbaggeren van de Eems lijkt niet realistisch gezien te verwachten stabiliteitsproblemen van de randen van de vaargeul in de rivier en het streven van Nederland en Duitsland om de hoeveelheid onderhoudsbaggerwerk in het Eems-Dollardverdraggebied te beperken.

Per brief van 21 november 1997 heeft de minister van VROM haar collega in Nedersaksen laten weten consultatie te willen voeren over de milieugevolgen voor Nederland van het voornemen. Opmerkelijk daarbij is dat de minister van VROM vraagt om de uitwerking van alternatieven die afzonderlijk ingaan op de beide doelstellingen van het Sperrwerk, te weten dijkverhoging voor het probleem van stormvloeden en verdere vaargeulverdieping door uitbaggeren van de Eems voor het probleem van de doorvaart van grote nieuwgebouwde schepen van Papenburg naar de Noordzee. Naast aanvullende informatie waarop door de Commissie in haar advies ook werd gewezen, vraagt de minister tevens om aanvullende informatie over de waterstandsverhogende werking van het gesloten Sperrwerk bij stormvloeden. Uit de gepresenteerde informatie was het de Commissie gebleken dat het om waterstandsverhogingen van hoog uit enkele centimeters zou gaan. Dat werd door de Commissie als niet significant beoordeeld en dus ook niet opgemerkt in het toetsingsadvies. Omdat Rijkswaterstaat en de Waterschappen in Groningen en Drenthe beducht zijn voor extra kosten in het geval van dijkverhoging wordt op dit punt aanvulling gevraagd.

Op 26 maart 1998 vond in Oldenburg een deskundigenoverleg plaats tussen Duitsland en Nederland. De discussie werd gevoerd op basis van een Grundlagenpapier van het milieuministerie van de deelstaat Niedersachsen.

In het standpunt van de Nederlandse regering wordt erop aangedrongen randvoorwaarden voor het gebruik en de bediening van het Emssperrwerk vast te leggen in het Planfeststellungsbeschluss. Die randvoorwaarden betreffen maatregelen die van belang zijn voor het vermijden van milieugevolgen voor Nederland: saliniteitsveranderingen en veranderingen in zuurstofgehalte die moeten vallen binnen de natuurlijke variatie van de Dollard, voorkomen van waterstandsverhogingen aan de Nederlandse dijken in het Dollardgebied. Nederland wil betrokken worden bij de opstelling van het bedieningsprotocol en een monitoringsprogramma.

De provincie Groningen heeft samen met de waterschappen Eemszijlvest en Dollardzijlvest beroep ingesteld bij het Verwaltungsgericht te Oldenburg tegen het Planfeststellungsbeschluss over het Emssperrwerk. Groningen en de waterschappen vinden dat in het besluit te weinig rekening is gehouden met de effecten voor Nederland. Behalve Groningen en de waterschappen hebben ook natuurorganisaties in Nederland en in Duitsland (Natuurmonumenten, de Waddenvereniging, Bund für Umwelt und Naturschutz Niedersachsen, Wereldnatuurfonds Duitsland en LBU Landesverband Bürgerinitiativen Umweltschutz Niedersachsen) bezwaar gemaakt. Zij vrezen nadelige effecten op het milieu van het estuarium en schade aan dijken en kwelderranden. Bovendien vinden zij dat Niedersachsen in strijd handelt met de Vogelrichtlijn. De rechter in Oldenburg heeft de bezwaren in juni 2001 afgewezen. De natuurorganisaties gaan in hoger beroep. Het Sperrwerk moet medio 2002 klaar zijn.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. prof. dr. Ch.W. Backes
dhr. ir. K.G. Bezuyen
dhr. drs. R.H.D. Lambeck
dhr. ir. H.P.J. Mulder

Voorzitter: dhr. dr. ir. J.J.T.M. Geerards
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. J.J. Scholten

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Bezirksregierung Weser-Ems, Niedersachsen, Duitsland

Bevoegd gezag
Bezirksregierung Weser-Ems, Niedersachsen, Duitsland

Overige gegevens

Gebied: Germany; Nederland, provincie Groningen


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
009.1 Advies vanwege grensoverschrijdende gevolgen

Bijgewerkt op: 10 jul 2018