667. Verbetering Grebbedijk

De activiteit betreft het voornemen om voor de Grebbedijk tussen dijkpaal 0 en dijkpaal 53.7 een dijkverbeteringsplan te ontwikkelen, vast te laten stellen en uit te voeren.   In het kader van de uitwerking van de Ontwikkelingsvisie Noordoever Nederrijn wordt voorgesteld een meestromende nevengeul te graven in de Bovenste Polder onder Wageningen. In de projectnota/MER wordt het graven van de nevengeul voor natuurontwikkeling in de uiterwaard gekoppeld aan de dijkverbetering omdat het vrijkomende zand en de klei uit de nevengeul gebruikt kan worden voor de dijkverbetering. Hiermee kan hinder door aanvoer van zand en klei van elders vermeden worden. Voor de aanleg van de nevengeul zijn aparte besluiten nodig: aanlegvergunning (gemeente Wageningen), ontgrondingsvergunning (provincie Gelderland) en vergunning ingevolge de Rivierenwet (Verkeer en Waterstaat, RWS).  

Procedure en adviezen

Richtlijnen
01-02-1995 Datum kennisgeving
01-02-1995 Ter inzage legging van de informatie
28-03-1995 Advies uitgebracht
Toetsing
13-12-1995 Kennisgeving MER
13-12-1995 Ter inzage legging MER
19-02-1996 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Twee dijkgedeelten van de Grebbedijk (tussen dijkpalen 1 en 5 en tussen dijkpalen 38 en 48.8) zijn versneld verbeterd in het kader van de Deltawet grote rivieren die in werking is gesteld als gevolg van de hoge waterstanden in het rivierengebied eind januari, begin februari 1995. Het betreffende plan voor die dijkgedeelten werd goedgekeurd (zonder m.e.r.) door Gedeputeerde Staten van Gelderland op 1 juli 1995. De projectnota/MER heeft echter betrekking op het gehele dijkvak van de Grebbedijk. 

Uit de projectnota/MER kan worden afgeleid dat de dijk over ongeveer 90% van de lengte een overhoogte heeft van gemiddeld 50 – 70 cm. De projectnota/MER en het concept-verbeteringsplan gaan er vanuit dat deze overhoogte wordt aangewend voor extra veiligheid. Het toetsingsadvies beveelt aan bij het besluit na te gaan welke mogelijkheden de overhoogte biedt om ook andere belangen dan veiligheidsbelangen te benutten.

De projectnota/MER stelt dat de aanleg van een microstabiliteitsberm achter de binnenteen van de dijk noodzakelijk is voor de versterking van het waterkeringsbelang. Het toetsingsadvies geeft aan dat de Grebbedijk geen microstabiliteitsprobleem heeft en dat de aanleg van een dergelijke berm alleen bezien zou moeten worden vanuit het praktische belang van een natuurgericht beheer door het Waterschap met maaien en afvoer van het maaisel.

Het goedgekeurde dijkverbeteringsplan houdt vast aan de technische noodzaak van aanleg van de microstabiliteitsberm binnendijks. Het plan bevat de aanleg van bijzondere constructies: kwelschermen bij de Witte Sluis, damwand bij het Dijkstoelhuis, damwand bij het Dijkmagazijn, kistdam bij de fortificaties van de Grebbelinie.

Het arbeidershuisje Nu de 9 dat dateert uit het einde van de 19e-eeuw en staat in het industrieterrein/haven in Wageningen, wordt niet gesloopt.

Er zal een meestromende nevengeul worden gegraven in de Bovenste Polder onder Wageningen. Voor het einde van de dijkverbetering zal in overleg met het waterschap een evaluatieprogramma worden opgesteld.

 

In 1997 werden de werkzaamheden aan de dijkverbetering zelf voltooid.

In het besluit over de goedkeuring van het dijkverbeteringsplan werd aangekondigd dat een evaluatie van de effecten van de dijkverbetering zal worden uitgevoerd. Het evaluatieprogramma wordt opgesteld in overleg met het Waterschap. In het kader van de evaluatie wordt een audit uitgevoerd onder de betrokken partijen. Daarvoor zijn interviews afgenomen met vertegenwoordigers van de provincies Gelderland en Utrecht, de bewoners, de gemeente Wageningen, de Stichting Gelderse Milieufederatie, de Stichting Het Utrechts Landschap, het Waterschap Eem en Vallei en de Commissie voor de m.e.r. De resultaten zijn gerapporteerd in een concept-rapport d.d. 24 november 1998. De interviews leverden op dat de nieuwe situatie in het algemeen positief wordt ervaren: ‘er is niet veel veranderd’. De effecten zijn in overeenstemming met hetgeen op grond van het besluit kon worden verwacht.

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. N. van Dooren
dhr. ir. D.C. van Ooijen
dhr. dr. J. Renes
mw. drs. G. Veenbaas

Voorzitter: dhr. ing. E.M. Mastenbroek
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. J.J. Scholten

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Dagelijks Bestuur van het Waterschap Gelderse Vallei en Eem

Bevoegd gezag
Gelderland
Utrecht

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Gelderland; Nederland, provincie Utrecht


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C12.2 tot 1-4-2011: Zee-, delta- of rivierdijk >= 5km, 250m3 profiel: wijziging of uitbreiding

Bijgewerkt op: 10 jul 2018