410. Afvaloverlaad- en bewerkingsinrichting te Delft

De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor een al bestaande inrichting voor overslag en bewerking van afvalstoffen met een capaciteit van 310.000 ton/jaar (1992) en uit brei ding van de capaciteit tot 485.000 ton/jaar (2000). Tot de voorgenomen activiteit behoren:  ● sorteren van bouw- en sloopafval en bedrijfsafval ● breken van hout ● overladen van bedrijfsafval ● persen van bedrijfsafval en van de restfractie van bouw- en sloopafval ● ontwateren en verkleinen van steenwolmatten en scheiden in steenwol en LDPE1-folie. Daarnaast is er op de locatie een rioolrenovatieafdeling, waar rioolbekleding van polyester naaldvilt wordt geïm preg neerd met thermohardende polyesterhars.   1 HDPE = hogedichtheidpolyetheen.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
11-03-1992 Datum kennisgeving
11-03-1992 Ter inzage legging van de informatie
25-05-1992 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
25-05-1994 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
25-05-1994 Kennisgeving MER
25-05-1994 Ter inzage legging MER
13-07-1994 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

De activiteiten van BFI afvalverwerkingstechnieken te Delft vinden plaats op grond van drie vergunningen inzake de Afvalstoffenwet (Aw), vier meldingen en twee vergunningen inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). Aangezien de voorschriften die verbonden zijn aan deze vergunningen niet altijd eenduidig en consistent zijn en vanwege de verwachting dat het afvalaanbod de vergunde capaciteit zal overschrijden, zijn op 28 december 1990 aanvragen in procedure gebracht voor een Aw-vergunning (revisie- en uitbreidingsvergunning) en een Wvo-vergunning, die de gehele inrichting zullen omvatten. In oktober 1991 heeft de Raad van State één van de vigerende Afvalstoffenwetvergunningen1 vernietigd omdat procedurefouten zijn gemaakt. Eén daarvan betreft het niet doorlopen van de m.e.r.-procedure ten behoeve van de besluitvorming over de vergunningaanvraag. 

Voor de vergunningverlening wordt nu alsnog een m.e.r.-procedure gestart. Het voornemen is de bestaande overlaad- en bewerkingscapaciteit voor bedrijfsafvalstoffen en bouw- en sloopafval te legaliseren, mede met het oog op mogelijke uitbreiding van de totale capaciteit van de inrichting (inclusief steenwolbewerking) tot 485.000 ton per jaar. Het MER zal gebaseerd worden op een capaciteit van 485.000 ton per jaar. Tijdens het vooroverleg werd duidelijk dat het bedrijf bovendien de mogelijkheden onderzoekt voor de oprichting van een depot voor klein chemisch afval (KCA) op de locatie.

 

1Deze werd verleend op 1-11-1988 en had betrekking op de activiteiten ten aanzien van bedrijfs-, bouw- en sloopafval. 

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ing. J.L.J. van Es
dhr. drs. J.J.M.B. Heuer
dhr. ing. R.P.M. Jansen
dhr. dr.ir. A. Klapwijk

Voorzitter: dhr. ir. K.H. Veldhuis
Werkgroepsecretaris: dhr. J. Oosterhof

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
West Holland Milieu B.V. (BFI Afvalverwerkingstechnieken)

Bevoegd gezag
Provincie Zuid-Holland
hoogheemraadschap Delfland

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D18.3 tot 1-4-2011: Wijzigen van inrichting voor diverse afvalstoffen

Bijgewerkt op: 31 aug 2007