1503. SMB Streekplan Fryslân 2005-2015

In het streekplan voor de provincie Fryslân worden hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid vastgelegd en indicatieve en concrete locaties aangewezen voor wonen, werken, recreatieve ontwikkelingen, waterafvoer en wateropvang, en dijkversterking.     

Procedure en adviezen

Richtlijnen
29-03-2005 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing
13-03-2006 Kennisgeving MER
13-03-2006 Ter inzage legging MER
27-04-2006 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsing

Opmerkingen bij de advisering

Het eerste advies van de Commissie bestond uit een reactie op de notitie Reikwijdte en Detailniveau die de provincie Fryslân had opgesteld ten behoeve van de strategische milieubeoordeling (SMB) voor het streekplan Fryslân 2006. De Commissie heeft de volgende hoofdpunten voor het SMB-rapport benoemd:

  • De effectbeschrijving van streekplanalternatieven moet plaats vinden aan de hand van een op te stellen toetsingskader met concrete milieucriteria, dat in de toekomst tevens gebruikt kan worden voor toetsing van latere planuitwerkingen.
  • Het streekplan dient getoetst te worden aan de Vogel- en Habitatrichtlijn.
  • Het detailniveau van de effectbeschrijving en de alternatievenuitwerking dient afgestemd te worden op het detailniveau van de beleidsbeslissing in het streekplan.
  • Naast alternatieven voor de verschillende onderwerpen (wonen, werken, recreatie, etc.) moeten ook samenhangende alternatieven voor de regio’s Leeuwarden en de A7-zone ontwikkeld en afgewogen worden.
  • Neem een publieksvriendelijke samenvatting op met goed leesbaar kaartmateriaal en overzichtstabellen om de voorliggende keuzemogelijkheden en de milieuconsequenties hiervan simpel en helder in beeld te brengen. 

In het advies over het milieurapport SMB heeft de Commissie geconstateerd dat voor de start van de SMB-procedure al veel maatschappelijke discussies hebben plaatsgevonden en bestuurlijke voorkeuren zijn uitgesproken. Dit betekent dat dit milieurapport weinig meer kan bijdragen aan de planvorming, maar nog wel een onderbouwing kan bieden van het doorlopen planproces en van gemaakte keuzes. Binnen de bovengenoemde beperkingen, is de Commissie van oordeel dat met het milieurapport en de samenvatting een goed beeld verkregen kan worden van de milieugevolgen van de planonderdelen die in de SMB aan de orde zijn gekomen.

De Commissie heeft de volgende aanbevelingen gedaan voor de besluitvorming en de verdere planuitwerking:

  • Geef bij het besluit over het streekplan aan hoe een integrale afweging van de planonderdelen gemaakt is, zodat helder wordt in hoeverre getracht is spanningen op het gebied van milieu tussen verschillende functies te voorkómen of te beperken.
  • Vertaal de in het milieurapport gepresenteerde aandachtspunten expliciet in het streekplan en geef aan of deze aandachtspunten een essentieel, richtinggevend of indicatief karakter zullen krijgen.
  • Geef bij het besluit explicieter en uitgebreider aan welke milieuvoor- en -nadelen er aan het uiteindelijk gekozen verstedelijkingsmodel kleven.
  • Formuleer heldere criteria op basis waarvan bij de verdere planuitwerkingen getoetst kan worden of er sprake kan zijn van ‘onoverkomelijke
    milieueffecten’.
  • Gelet op het ontbreken van landelijk beleid over het winnen van beton- en metselzand in het IJsselmeer, adviseert de Commissie om deze leemte op te vullen door bijvoorbeeld een streekplanuitwerking.
  • Voor diverse projecten geldt dat ze nabij Natura 2000 gebieden liggen en significante gevolgen niet uit te sluiten zijn. De Commissie merkt op dat een gedetailleerde uitwerking op strategisch niveau vaak nog niet mogelijk is, maar dat, indien gekozen wordt voor het doorschuiven naar het gemeentelijke niveau, veel onderzoek- en beoordelingsverplichtingen de gemeentelijke grenzen zullen overschrijden. Geef bij het besluit aan hoe met dit dilemma omgegaan wordt.
  • Maak in het streekplan duidelijk voor welke milieuaspecten sprake zou kunnen zijn van cumulatie van effecten.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. drs. F.P.T. van de Coevering
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. drs. R.H.J. Mooren

Voorzitter: dhr. drs. H.G. Ouwerkerk
Werkgroepsecretaris: mw. drs. B.C. Rademaker

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Fryslan

Bevoegd gezag
Fryslan

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Friesland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007 Plan-m.e.r.
C10.1 tot 1-4-2011: Recreatieve voorziening >= 500.000 bezoekers per jaar, >= 50ha, of 20ha in gevoelig gebied: aanleg, wijziging of uitbreiding
C11.1 tot 1-4-2011: Bouw >= 4000 woningen binnen, of >= 2000 woningen buiten bebouwde kom
C11.2 tot 1-4-2011: Aanleg bedrijventerrein >= 150ha
C12.1 tot 1-4-2011: Aanleg primaire waterkering

Bijgewerkt op: 10 jul 2018