1396. Rijnboog Arnhem

De gemeente Arnhem wil in de binnenstad het Rijnboog gebied herinrichten door het aantal woningen uit te breiden met ca. 700 woningen, ca. 96.000 m2 bedrijfsoppervlak te creëren en onderdak te bieden aan nieuwe maatschappelijke en culturele functies in de vorm van een kenniscluster en cultuurcluster. Het bestemmingsplan Kenniscluster is het eerste deelplan waarover besloten gaat worden.

Procedure en adviezen

Beoordeling
26-11-2003 Adviesaanvraag
07-01-2004 Advies uitgebracht
Beoordelingsadvies
Richtlijnen
03-03-2005 Datum kennisgeving
29-04-2005 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
07-10-2010 Adviesaanvraag
07-10-2010 Datum kennisgeving
23-12-2010 Advies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

M.e.r. beoordeling:
De Commissie concludeede in januari 2004in haar advies over de m.e.r. beoordeling  dat er op grond van de beschikbare informatie geen bijzondere omstandigheden waren, die kunnen leiden tot belangrijk nadelige milieugevolgen. Zij gaf aan dat er in die zin geen noodzaak bestond om  een m.e.r. te doorlopen. Echter gelet op de samenhang van de activiteiten, de effecten daarvan tijdens realisatie en de effecten die deels het plangebied overstijgen achtte de Commissie het wenselijk de totale besluitvorming met waarborgen te omkleden zoals de communicatie met en participatie van publiek. De gemeente besloot om de m.e.r. procedure te doorlopen.

Richtlijnenadvies:
In haar richtlijnenadvies van april 2005 vroeg de Commissie speciale aandacht voor o.a.:
het onderzoeken van diverse scenario's voor de invulling van het programma in fase 1 en daarop volgende fasen;

  • de toekomstige verkeersontwikkeling in de diverse scenario's en de daaraan gerelateerde effecten op met name geluid en luchtkwaliteit;
  • de effecten van de aanleg van de haven op de waterhuishouding.

Tussentijds heeft de gemeente Arnhem besloten de aanleg van de haven te laten vervallen.

Toetsing:
In haar toetsingsadvies (dec 2010) constateert de Commissie dat het MER geen alternatieve scenario's bevat voor de invulling van het programma terwijl er wel discussie plaatsvindt over de hoofdlijn van de ruimtelijke ontwikkeling voor de langere termijn gericht op het deelgebied de Nieuwstraat e.o. Het situeren van een deel van het programma, zoals een deel van de cultuurcluster, op de zuidoever van de Rijn blijkt daarbij een reële optie. Met een dergelijke 'sprong over de Rijn' is in het MER geen rekening gehouden terwijl dit consequenties zal hebben voor de belangrijkste milieueffecten, namelijk de milieueffecten gelieerd aan verkeer en vervoer. Om deze reden concludeert de Commissie:

1   Wanneer gekozen wordt voor het situeren van een deel van het programma op de zuidoever, biedt het MER onvoldoende informatie. Zij adviseert in dat geval  -in een aanvulling op het MER- informatie te geven over:

  • alternatieven voor de ruimtelijke situering van de delen van het programma;
  • de daaraan gerelateerde verkeersstromen en milieueffecten;
  • eventuele effecten op de waterhuishouding; 
  • en natuurwaarden bij situering van ruimtelijke functies in het buitendijkse gebied op de zuidoever van de Rijn.

De Commissie wijst er wel op dat inhoudelijk gezien de realisatie van het eerste deelplan, de Kenniscluster,  beperkte milieueffecten met zich mee zal brengen. Ook wordt de wijze van inrichting van het Kenniscluster niet beïnvloed door het al of niet realiseren van een deel van het programma op de zuidoever van de Rijn. Voor het bestemmingsplan Rijnboog Kenniscluster zal de aanvullende informatie dus naar de inschatting van de Commissie inhoudelijk geen meerwaarde bieden.

2    Wanneer besloten wordt het gehele programma te realiseren binnen het plangebied zoals in het MER gehanteerd, biedt het MER voldoende informatie voor de besluitvorming over het plan Rijnboog en daarmee het bestemmingsplan Rijnboog Kenniscluster. De Commissie adviseert om in het vervolgtraject van de planvorming nadere aandacht te besteden aan:

  • de problemen die tussen fase 1 en fase 2/3 ontstaan met de verkeersafwikkeling op het Roermondseplein;
  • de benodigde parkeercapaciteit;
  • de maatregelen om te voldoen aan de wettelijke en de (strengere) gemeentelijke grenswaarden voor de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer;
  • de maatregelen ten behoeve van een goede ruimtelijke kwaliteit.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. drs.ir. B.A.H.V. Brorens
dhr. ir. J.A. Huizer
dhr. ir. J. Mulder
dhr. ir. H.A.P. Zinger

Voorzitter van de werkgroep: dhr. mr. F.W.R. Evers
Secretaris van de werkgroep: mw. ir. V.J.H.M. ten Holder

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Gemeente Arnhem

Bevoegd gezag
Gemeente Arnhem

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Gelderland

Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D11.2 tot 1-4-2011: Stadsproject >= 100ha of >= 200.000m3 bvo: aanleg, wijziging of uitbreiding

Bijgewerkt op: 10 jul 2018