1388. Herinrichting Hurwenense uiterwaard

Het vergraven van de Hurwenense uiterwaard om natuurontwikkeling mogelijk te maken.     

Procedure en adviezen

Richtlijnen
22-10-2003 Datum kennisgeving
22-10-2003 Ter inzage legging van de informatie
23-12-2003 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing a
06-09-2006 Kennisgeving MER
06-09-2006 Ter inzage legging MER
06-02-2007 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsing a
Toetsing
07-09-2006 Kennisgeving MER
07-09-2006 Ter inzage legging MER
Aanvullend
23-12-2008 Toetsingsadvies uitgebracht
Aanvullend toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

In het richtlijnenadvies beveelt de Commissie aan om het MER te richten op: • duidelijke afbakening van alternatieven; ten minste een alternatief  waarbij de uiterwaard niet opnieuw “op de schop” hoeft vanwege de Spankracht-studie;
• effecten op de bestaande natuur, op waardevolle landschappelijke elemen-ten en patronen en op bodem en water en te voorzien van een goede sa-menvatting.

De Commissie is van oordeel dat in het MER inclusief de aanvulling daarop niet alle essentiële informatie aanwezig is om het milieubelang een volwaardi-ge plaats te kunnen geven in de besluitvorming. De Commissie adviseert het MER aan te vullen door:

• te verduidelijken wat de doelstelling voor waterstandsverlaging is en  aan te geven hoe de alternatieven op hun doelbereik beoordeeld moeten worden en welke onzekerheid daarbij hoort;
•  een beschrijving en visualisering te geven van de verschillende alternatie-ven waarmee duidelijk wordt waar welke hoeveelheid grond vergraven wordt, wat de hoogte van de verschillende (deel)gebieden wordt en welke consequenties dit heeft voor de waterstanden en stromingen;
•  een beschrijving van de gevolgen voor de (beschermde) natuurwaarden te geven die navolgbaar is uit de beschrijving van de inrichting.

De advisering van de Commissie is tijdelijk opgeschort om de initiatiefnmer de gelegenheid te geven aanvullende informatie aan te leveren. Zodra de ontbrekende informatie beschikbaar wordt de toetsing vervolgd. 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. dr. J.H. van den Berg
mw. ir. Y.C. Feddes
dhr. dr H.J.R. Lenders
dhr. prof.dr.ir. F.M. Maas
dhr. ing. R.L. Vogel

Voorzitter van de werkgroep: dhr. drs. H.G. Ouwerkerk
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. B.F.M. Beerlage

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Bevoegd gezag
Provincie Gelderland

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Gelderland

Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C16.1 tot 1-4-2011: Winning oppervlaktedelfstoffen >= 100ha
C18.3 tot 1-4-2011: Stort baggerspecie >= 500.000m3, klasse >= 3

Bijgewerkt op: 10 jul 2018