1195. Partiƫle herziening RSP woningbouw en bedrijventerreinen Leidsche Rijn, Utrecht

Realisatie 20.000 woningen, 235.000 m2 kantoorruimte en ca. 200 ha bedrijventerreinen in Leidsche Rijn 

Procedure en adviezen

Toetsing
01-10-2001 Datum kennisgeving
Toetsing a
15-01-2002 Datum kennisgeving
24-01-2002 Advies uitgebracht
Toetsing a

Opmerkingen bij de advisering

Het Bestuur Regio Utrecht (BRU)1 heeft het voornemen om de beleidsbeslissingen uit het Regionaal Structuurplan - een RSP voor tien, vastgesteld op 25 juni 1997 te preciseren door middel van een Partiële herziening van het Regionaal Structuurplan (reparatie concrete beleidsbeslissingen westflank, Leidsche Rijn). Het BRU acht deze precisiering noodzakelijk omdat inmiddels uit jurisprudentie is gebleken dat de redactie van concrete beleidsbeslissingen aan zeer scherpe eisen dient te voldoen. Het BRU loopt daarmee vooruit op een rechtelijke uitspraak over de inhoud van de concrete beleidsbeslissingen van het RSP 1997. In 1997 is een milieueffectrapport (MER) opgesteld ten behoeve van de besluitvorming over het Regionaal Structuurplan – een RSP voor tien. Het BRU is van mening dat dit MER ook ten grondslag kan liggen aan het nu voorliggende besluit tot partiële herziening van het RSP, aangezien de inhoud van het te nemen besluit niet is gewijzigd. Zij doet daarbij een beroep op artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, dat het in zo’n geval mogelijk is de artikelen 7.12 tot en met 7.15 (het opstellen van startnotitie en richtlijnen) buiten toepassing te laten.  

Dit betekent dat de Commissie is nagegaan of dit MER ten grondslag kan liggen aan het nu te nemen besluit en of het nog voldoende actueel is.

De Commissie constateerde dat het oude MER onvoldoende informatie bood en adviseerde het MER aan te vullen op de volgende onderwerpen:

  1. In het MER noch in de ontwerp-partiële herziening worden de overeenkomsten en verschillen in het programma van het RSP uit 1997 en het programma in de Partiële herziening voldoende inzichtelijk gemaakt.
  2. Actuele verkeersprognoses ontbreken in het MER. Op basis van de in de afgelopen jaren gestegen mobiliteit mag verwacht worden dat deze prognoses nu hoger uitvallen dan in het MER 1997 beschreven. Deze hogere prognoses kunnen leiden tot andere infrastructurele maatregelen en/of andere milieueffecten (geluid, luchtverontreiniging en veiligheid) dan in het MER beschreven. Uit een bijlage bij de ontwerp partiële herziening blijkt de realisatie van infrastructuur en (H)OV vertraagd is ten opzichte van de planning 1997. Deze vertraging kan leiden tot tijdelijke knelpunten in de interne en externe ontsluiting van Leidsche Rijn en met daaraan gekoppeld andere milieueffecten dan in 1997 voorzien. Informatie hierover ontbreekt.
  3. In het MER ontbreekt informatie over de aanwezigheid van gebieden met een beschermde status (ecologische hoofdstructuur, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) en ontbreekt informatie over het voorkomen van beschermde soorten, die mogelijk door het voornemen kunnen worden aangetast.
  4. In het MER wordt geen specifieke informatie gegeven over de mate waarin het voornemen strookt met de uitgangspunten en criteria van de watertoets, die sinds kort moet worden uitgevoerd bij ruimtelijke projecten.
De aanvulling ‘Actualisatie MER Regionaal Structuurplan’ voorziet in deze informatie. Hierop heeft de Commissie geconcludeerd dat het MER met aanvulling voldoende informatie biedt voor de besluitvorming.

Het toetsingsadvies bevat de volgende aanbevelingen:

  • in komende MER’en voor deelgebieden aandacht te besteden aan tijdelijke verschuiving in de modal split en daarbij behorende maatregelen;
  • in het MER het Zand uit te gaan van de in het erratum bij de aanvulling verstrekte cijfers voor de geluidbelasting en eventueel te treffen maatregelen te beschrijven;
  • bij besluitvorming over wegen die in ontwikkeling zijn concrete informatie te geven over de actuele berekende concentraties benzeen, stikstofdioxide en koolmonoxide, deze te toetsen aan de vigerende en komende normen en te beschrijven of eventueel aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn;
  • bij de besluitvorming over de partiële herziening informatie te geven over de maatregelen die getroffen worden om de verkeersveiligheid op basis van de actuele verkeersprognoses te waarborgen;
  • in het inrichtings-MER voor deelplan het Zand nadrukkelijk aandacht te besteden aan de verkeersveiligheid op en rond de weg ’t Zand, te meer daar de fietssnelweg deze weg dient te kruisen;
  • na te gaan of voor die deelgebieden, waarvoor de besluitvorming nog niet onherroepelijk is, die voor 2005 gerealiseerd gaan worden en die nog niet of gedeeltelijk bouwrijp zijn gemaakt, mogelijk alsnog een ontheffing op basis van de Natuurbeschermingswet dient te worden aangevraagd.
 

1 Dit is een samenwerkingsverband van de gemeente Utrecht en een aantal gemeenten daaromheen. 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. drs.ir. B.A.H.V. Brorens
dhr. ing. J. Derksen
dhr. ir. G.J. Hellinga
dhr. drs. M.A. Kooiman
dhr. ir. K. Nije

Voorzitter van de werkgroep: dhr. dr.ir. J.J.T.M. Geerards

Secretaris van de werkgroep: mw. ir. V.J.H.M. ten Holder

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Bestuur Regio Utrecht

Bevoegd gezag
Bestuur Regio Utrecht

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Utrecht

Categorieƫn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C11.1 tot 1-4-2011: Bouw >= 4000 woningen binnen, of >= 2000 woningen buiten bebouwde kom

Bijgewerkt op: 30 jan 2013