1097. Utrecht Centrum Project (UCP)

Het College van B&W heeft met het Utrecht Centrum Project – voorheen Utrecht City Plan – het voornemen om het stationsgebied van Utrecht opnieuw in te richten waarbij het ruimtegebruik wordt geïntensiveerd en een aantal nieuwe activiteiten in het gebied hun plek krijgen. In het project werkten vier partners samen: de gemeente, de Koninklijke Jaarbeurs, de NS en Winkelbeleggingen Nederland. Het UCP zoals het project er uit zag toen de Commissie m.e.r. werd ingeschakeld, betrof in hoofdzaak de bouw van kantoren, woningen, het Urban Entertainment Centre en de bijbehorende parkeergelegenheid, en een nieuwe vormgeving van het centraal station, waarbij de hal zou worden verdubbeld en de herkenbaarheid aan de buitenzijde zou worden verhoogd.   Vanwege de uitbreiding van Utrecht met Leidsche Rijn1 wordt namelijk een toename van het aantal openbaarvervoerreizigers verwacht waardoor het aantal loopbewegingen op het station van 250.000 per dag naar 350.000 per dag stijgt. Ook de leefbaarheid in de omgeving van het centraal station en de inrichting van de openbare ruimte, zouden moeten worden verbeterd. De Catherijnesingel, die bij de aanleg van het winkelcentrum Hoog Catherijne deels was gedempt en in gebruik genomen door autoverkeer, zou weer als waterweg worden hersteld. Daarnaast zouden de aan- en afvoerroutes naar het gebied worden aangepast. Het voornemen was toen het advies werd aangevraagd al een aantal jaren onderwerp van heftige politieke discussies binnen de Utrechtse gemeentepolitiek. 1 Zie project 513.   

Procedure en adviezen

Beoordeling
02-02-2000 Adviesaanvraag
08-03-2000 Advies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Dit is één van de eerste projecten waar de Commissie in het kader van de m.e.r.-beoorde ling (schriftelijk) heeft geadviseerd. In het advies heeft de Commissie zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de Handreiking voor de m.e.r.-beoordelingsplicht zoals deze door het Ministerie van VROM is uitgebracht1. De adviesaanvraag door B&W van Utrecht berustte niet op een wettelijke regeling, maar de advisering is uitgevoerd in het kader van een experiment waaraan het Ministerie van VROM haar medewerking heeft verleend. 

De Commissie heeft de conceptbeoordeling die het bureau TAUW eerder had opgesteld bij haar advies betrokken

Voor een onderdeel van het UCP, het Urban Entertainment Centre, liep al een m.e.r.-pro cedure. Dit gegeven is van invloed geweest op de conclusies en aanbeveling van dit advies.

Het advies plaatst kanttekeningen bij de conclusie van TAUW dat er geen bijzondere omstandigheden bestaan die het gebruik van een m.e.r.-procedure vereisen, daarbij het begrip bijzondere omstandigheden wordt toegepast als aangegeven in de Handreiking: kenmerken van de activiteit van de plaats, belangrijke nadelige milieueffecten of de samenhang met andere activiteiten. De Commissie geeft aan dat de conceptbeoordeling te weinig informatie bevat om deze conclusie te onderbouwen. Uit het voorontwerp-bestemmingsplan heeft zij afgeleid dat de omvang van de verontreiniging en de hinder door verkeer als bijzondere omstandigheid kan worden geïnterpreteerd. Vanwege de lopende m.e.r.-procedure voor het UEC, dat voor een belangrijk deel van de extra verkeersbewegingen verantwoordelijk is, gaf de Commissie twee mogelijkheden aan:

  • een m.e.r.-procedure voor het UCP te volgen;
  • het ontwerp-besluit over het UCP te koppelen aan het MER voor het UEC.
Tijdens de afronding van het advies kwamen berichten dat de Jaarbeurs en Winkelbeleggingen Nederland niet langer wensten deel te nemen in het UCP. In haar aanbiedingsbrief gaf de Commissie aan dat dit zou kunnen leiden tot een situatie die in het advies niet beschouwd was.

Na de advisering van de Commissie hebben B&W en NS Vastgoed besloten om te streven naar een nieuw en kleinschaliger plan voor het centrumgebied. Ook dit plan was binnen de Utrechtse gemeentepolitiek omstreden.

1 Afwegen en oordelen; Handreiking voor de m.e.r.-beoordelingsplicht. DHV Milieu en infrastructuur B.V., afdeling Milieu en Ruimte, dsrs. A.J.M. Fermont, drs. J.M. Vreeken (projectleider en ir. T.J. Weijschedé. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1999. VROM 990330/b/6-99 18754/193.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. G.M. Beekers
dhr. ing. J.P.V.M. de Graaf
dhr. ir. J. Termorshuizen

Voorzitter van de werkgroep: mw. drs. L. van Rijn-Vellekoop

Secretaris van de werkgroep: dhr. drs. M.J. Ruis

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Utrecht

Bevoegd gezag
Utrecht

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Utrecht

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D11.2 tot 1-4-2011: Stadsproject >= 100ha of >= 200.000m3 bvo: aanleg, wijziging of uitbreiding

Bijgewerkt op: 30 jan 2013