ECLI:NL:RVS:2016:3057

Betreft MACE mestbewerking- en verwerkingsinstallatie
Datum uitspraak 16-11-2016
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Mondelinge uitspraak
Trefwoorden afvalstoffen, afvalverwerking, meststoffen, mestverwerking, gezondheid, zo├Ânosen
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201508301/2/A1

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Mest is afval als een veehouder zich ervan wil ontdoen en het aan een mestbewerker of mestverwerker aanbiedt.

  • Een installatie voor het bewerken of verwerken van mest is een m.e.r.-(beoordelings)plichtige installatie als bedoeld in categorie D18.1 of C18.4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

  • Mogelijke maatschappelijke onrust is geen aspect waarmee rekening kan worden gehouden in een m.e.r.-beoordeling.

  • Zonder algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de risico's van zoönosen voor de volksgezondheid kan het bevoegd gezag niet stellen dat op grond hiervan een milieueffectrapport moet worden opgesteld.

Casus

Op 22 maart 2016 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloten dat voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een installatie waarmee drijfmest wordt bewerkt en verwerkt, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens het college gaat het om een installatie die is genoemd in categorie D18.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en kunnen er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden.

De coöperatie Mineralen Afzet Coöperatie Elsendorp U.A. (vergunningaanvraagster, hierna: MACE) tekent beroep aan tegen dit besluit. Zij stelt primair dat een mestverwerkingsinstallatie niet onder de betreffende categorie valt, omdat de drijfmest niet kan worden aangemerkt als een afvalstof. Verder stelt zij dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden waardoor het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk is.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling komt tot de conclusie dat de mest een last is waarvan de veehouders zich moeten ontdoen omdat zij aan MACE een vergoeding betalen voor verwerking. Er is geen grond voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat categorie D18.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet van toepassing is.

De Afdeling oordeelt voorts dat het college zonder algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de risico's van zoönosen voor de volksgezondheid niet kan stellen dat zich door de mestverwerkingsinstallatie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen die in een milieueffectrapport moeten worden onderzocht. Dat het energieverbruik en de gevolgen voor het verkeer aanleiding zijn voor het maken van een milieueffectrapport, is niet toereikend gemotiveerd. Mogelijke maatschappelijke onrust is geen aspect waarmee rekening kan worden gehouden bij de beoordeling of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Beslissing
De Afdeling ziet belang in een spoedige beëindiging van het geschil en draagt het college op:

  • om alsnog toereikend te motiveren waarom zich belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen, die in een milieueffectrapport moeten worden onderzocht, óf
  • als het tot het oordeel komt dat zulke gevolgen zich niet kunnen voordoen, te besluiten, dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt.