ECLI:NL:RVS:2014:1234

Betreft Bestemmingsplan "Buitengebied Baak"
Datum uitspraak 09-04-2014
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden bestemmingsplannen, buitengebied, passende beoordeling, mitigerende maatregelen, stikstofdepositie, Bronckhorst
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201305295/1/R2

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Het enkele feit dat de stikstoftoename als gevolg van een activiteit waarin een plan voorziet, de drempelwaarde van de Gelderse stikstofbeleidsregel niet overschrijdt, geeft geen zekerheid dat aantasting van natuurlijke kenmerken kan worden uitgesloten. Als de aantasting niet kan worden uitgesloten, moeten een Passende beoordeling worden opgesteld en een plan-m.e.r. worden doorlopen.

Casus

De gemeente Bronckhorst heeft op 9 april 2013 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Baak’ vastgesteld. Het plan voorziet in de verplaatsing van een melkrundveehouderij naar een perceel ten noordwesten van de kern Baak. Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 425 meter tot het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel.

Appellanten betogen dat ten onrechte geen Passende beoordeling is gemaakt. Gelet op artikel 7.2a Wm had bovendien een MER moeten worden gemaakt. Niet is aangetoond dat een toename van stikstofdepositie onder de drempelwaarde als bedoeld in de beleidsregel Stikstof en Natura 2000 Gelderland geen significant nadelige gevolgen kan hebben voor instandhouding van Natura2000 gebied in een al overbelaste situatie. Tevens voeren zij aan dat de raad ten onrechte mitigerende maatregelen heeft betrokken bij de vraag of een Passende beoordeling moest worden gemaakt en dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de gevolgen van andere projecten in het gebied.

De raad meent dat geen Passende beoordeling hoefde te worden opgesteld, omdat uit een onderzoeksrapport blijkt dat de totale stikstofdepositie van het bedrijf niet tot gevolg heeft dat de drempelwaarde als bedoeld in de provinciale beleidsregels niet overtreden worden, waardoor een significant effect op voorhand is uitgesloten.

Tevens wijst de raad er op dat er een vergunning door Gedeputeerde Staten is verleend op grond van artikel 19d Nbw.

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat uit de voortoets volgt dat, gelet op de genoemde beleidsregel, vergunning kan worden verleend omdat de drempelwaarde uit deze beleidsregel niet wordt overschreden. Volgens de Afdeling staat vast dat de raad door toepassing te geven aan deze beleidsregels invulling wil geven aan de verplichting op grond van artikel 19j Nbw 1998 om te beoordelen of een plan significante gevolgen kan hebben voor het Natura 2000-gebied.

De Afdeling wijst vervolgens op haar uitspraak van 19 maart 2014, zaaknr. 201208463/1/R2, waaruit volgt dat met deze handelswijze geen zekerheid kan worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van een gebied niet worden aangetast. Dit betekent dat een Passende beoordeling had moeten worden gemaakt. Appellanten hebben terecht aangevoerd dat gelet op artikel 7.2a Wm dan ook een plicht bestaat om een MER op te stellen.

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep gegrond.