ECLI:NL:RVS:2013:1573

Betreft Bestemmingsplan Dommelkwartier, Valkenswaard
Datum uitspraak 16-10-2013
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden bestemmingsplannen, Valkenswaard, Natura 2000-gebieden, stikstofdepositie
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201303753/1/R6

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Een lokale, kleine toename aan stikstofdepositie (in deze zaak 0,051 mol N/ha/jaar) in een Natura 2000-gebied maakt een passende beoordeling niet nodig, als in de voortoets aan de hand van de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied wordt gemotiveerd waarom negatieve effecten zijn uit te sluiten.

Casus

Op 31 januari 2013 heeft de gemeenteraad van Valkenswaard het bestemmingsplan “Dommelkwartier” vastgesteld. Ook heeft de gemeenteraad twee bijbehorende exploitatieplannen vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de integrale ontwikkeling van een gebied tussen Dommelen en Valkenswaard. Daartoe voorziet het plan in de mogelijkheid tot een duurzame inrichting van het beekdal van de Dommel voor natuur, landschap, recreatie en cultuurhistorie. Daarnaast maakt het realisatie van een kantoorgebouw en 206 woningen met bijbehorende voorzieningen, wegen en openbare ruimte mogelijk.

Appellanten betogen dat ten onrechte geen passende beoordeling en geen milieueffectrapport zijn gemaakt. Zij betogen dat niet is beoordeeld of er significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Leenderbos, Groote Heide en de Plateaux" zijn. Ook menen zij dat op grond van artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. een MER had moeten worden gemaakt, omdat niet kan worden uitgesloten dat het plan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu heeft. Daartoe voeren zij aan dat de woningen leiden tot een verhoogde recreatiedruk, toename van verkeer, geluidbelasting en verslechtering van de luchtkwaliteit. Tezamen met het ruimtebeslag van die woningen kan dat effect hebben op de beoogde uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van beken en rivieren, waaronder de Dommel. De gemeenteraad heeft geen onderzoek gedaan naar de doelsoorten van het Natura 2000-gebied, zoals de drijvende waterweegbree, kamsalamander, bittervoorn, beekprik en gevlekte witsnuitlibel, aldus appellanten.

De gemeenteraad stelt dat ter plaatse van het plangebied alleen de Dommel en niet het omliggende Dommeldal tot het Natura 2000-gebied behoort. De woningen liggen op een afstand van 240 meter van de Dommel. Bureau Waardenburg heeft voor de gemeente het effect van het plan op het Natura 2000-gebied onderzocht. Geconcludeerd is dat een passende beoordeling niet nodig is, omdat verstoring en verslechtering van de instandhoudingsdoelen en van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten van het Natura 2000-gebied uitgesloten zijn. Op grond van dit onderzoek en het onderzoek naar geluid en luchtkwaliteit is ook geconcludeerd dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben.

In deze zaak zijn door de gemeente of de ontwikkelaar onder meer de volgende natuurrapporten ingediend:

  • Bureau Waardenburg, Beoordeling beschermde soorten Het Gegraaf, Valkenswaard, 6 november 2007 (hierna: Waardenburg november 2007);
  • Bureau Waardenburg, Effecten bestemmingsplan Dommelkwartier op Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux, 10 juni 2013 (hierna: Waardenburg juni 2013);
  • Wematech Milieu Adviseurs, Stikstofdepositieberekening, gemeente Valkenswaard, project Dommelkwartier, 26 juni 2013 (hierna: Wematech juni 2013);
  • Bureau Waardenburg, Effectbeordeling stikstofdepositie op Natura 2000-gebied van project Dommelkwartier, 10 juli 2013 (hierna: Waardenburg, juli 2013).

Overwegingen van de bestuursrechter
In het rapport Waardenburg november 2007 staat dat het Natura 2000-gebied is aangewezen voor het habitattype H3260, "Submontane en laaglandrivieren met vegetaties, behorende tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion". Het doel voor dit habitattype is uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van de beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels). Volgens dit rapport komen de doelsoorten van het Natura 2000-gebied niet in het plangebied voor. In het rapport wordt geconcludeerd dat gezien de aard van de ingreep en de afstand tot de Dommel het doel uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit van de beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) niet in gevaar komt. De voorgenomen ingreep zal dus geen negatief effect hebben op het Natura 200-gebied, aldus het rapport.

De gemeenteraad heeft na de vaststelling van het bestemmingsplan nader onderzoek gedaan naar de invloed van het voornemen op het Natura 2000-gebied. Uit het rapport Wematech blijkt dat door het plan op de Keersop en de Dommel 0,051 mol N/ha/jaar extra kan neerslaan. Ten opzichte van de achtergronddepositie is dit een bijdrage variërend tussen de 0,003 en 0,012% van de totale stikstofdepositie. De kritische depositiewaarde van het habitattype H3260 is groter of gelijk aan 2400 mol stikstof per ha per jaar. Dit betekent dat dit habitattype weinig tot niet gevoelig is voor stikstofdepositie. Ter zitting en in de notitie Waardenburg juni 2013 en de notitie Waardenburg juli 2013 is toegelicht dat de toename van de stikstofdepositie niet tot aantasting van dit habitattype leidt, omdat voldoende buffercapaciteit aanwezig is. Het habitattype komt bovendien niet voor in de Dommel op het deel waar sprake is van additionele stikstofdepositie. In de Keersop komt het habitattype matig ontwikkeld voor op kleine trajecten. Gelet op de ongevoeligheid voor stikstof, de kleine additionele depositie en het ontbreken van goed ontwikkelde vegetaties kan een effect op dit habitattype worden uitgesloten. Volgens de notitie Waardenburg juli 2013 komt de beekprik voor op een deel van de Keersop en is deze in 2013 ook in de Dommel aangetroffen. In het habitattype H3260 is de beekprik ongevoelig voor stikstofdepositie, waardoor negatieve effecten voor de beekprik als gevolg hiervan kunnen worden uitgesloten. De drijvende waterweegbree komt niet voor in de Keersop en de Dommel.

In de notitie Waardenburg juni 2013 zijn eveneens de mogelijke effecten onderzocht van oppervlakteverlies, versnippering, verzuring, verzilting, verontreiniging, verdroging, verandering van de stroomsnelheid, overstroming, verandering van de dynamiek van het substraat, verandering van populatiedynamiek en soortensamenstelling en verstoring door geluid, licht, trilling, mechanische effecten en optische verstoring. Geconcludeerd wordt dat negatieve effecten van verstoring of verslechtering van de instandhoudingsdoelen en van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten kunnen worden uitgesloten.
In de plantoelichting heeft de gemeenteraad de inpassing van het plan in relatie met de kenmerken van het gebied toegelicht. Onder verwijzing naar de onderzoeken over geluid en luchtkwaliteit heeft de gemeenteraad gemotiveerd dat de met het plan voorziene activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft.

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de uitgangspunten in de natuurrapporten onjuist zijn. De gemeenteraad kon zich op grond van deze onderzoeken in redelijkheid op het standpunt stellen dat geen effect op het Natura 2000-gebied is te verwachten.

De omvang van de activiteit uit het plan overschrijdt de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. voor een stedelijk ontwikkelingsproject niet. Door appellanten zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd, waardoor aangenomen moet worden dat de activiteit op grond van de selectiecriteria van bijlage III van de m.e.r.-richtlijn belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben.

De gemeenteraad heeft daarom kunnen concluderen dat geen plicht bestaat tot het maken van een passende beoordeling en een milieueffectrapport.

Uitspraak
De Afdeling verklaart de beroepen van de appellanten gegrond, omdat het bestemmingsplan in strijd met de (provinciale) Verordening Ruimte 2012 is vastgesteld. De Afdeling vernietigt bepaalde planonderdelen en de beide exploitatieplannen.