ECLI:NL:RBLIM:2019:7499

Betreft Planschade inpassingsplan Limburg
Datum uitspraak 15-08-2019
Rechtsprekende instantie  Rechtbank
Proceduresoort Bodemzitting
Trefwoorden planschade, wegen, tracé, inpassingsplan
Bronnen vindplaats Zaaknummer AWB/ROE 18-1274

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Als een ontsluiting van een tracé niet volgt uit de startnotitie en het milieueffectrapport op het moment van aankoop van een woning, dan is de planschade als gevolg van de aanleg van de ontsluiting ter hoogte van die woning niet voorzienbaar.

Casus

Op 4 oktober 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een tegemoetkoming in planschade afgewezen.
 
Appellant voert aan dat de waarde van zijn woning is gedaald door de inwerkingtreding van het Provinciaal Inpassingsplan PBL Parkstad Limburg 2012 (PIP BPL). Deze maakt onder meer een rotonde mogelijk op ongeveer 80 meter van de in 2006 aangekochte woning. Voorheen bestond daar een bestemming ‘groenvoorziening’.
Volgens het college was de schade voorzienbaar, omdat de Startnotitie tracé en het milieueffectrapport BPL Parkstad Limburg al in 2001 waren vastgesteld. Het tracé loopt ten oosten van de woning van appellant. De rotonde ligt weliswaar buiten het tracé maar was volgens het college te verwachten omdat de buitenring ontsloten moet worden.
 
Overwegingen van de bestuursrechter
De rechtbank overweegt dat de Startnotitie tracé en het MER PBL Parkstad Limburg vermelden dat de ten zuiden van de woning van appellant gelegen weg moet gaan aansluiten op het tracé. Ook is vermeld dat de aanleg van het tracé gevolgen kan hebben voor de aansluitingen daarop en dat mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn om het lokale wegennet te ontlasten.
Naar het oordeel van de rechtbank vormt dat geen concrete aanwijzing dat ter hoogte van de woning van appellant een aansluiting gerealiseerd gaat worden. Ook volgt naar het oordeel van de rechtbank niet logischerwijs uit het tracé dat het bedrijventerrein ter plaatse van de woning van appellant ontsloten moet worden.
Volgens de rechtbank is daarom geen sprake van enige voorzienbaarheid dat mogelijk een rotonde ter plaatse gerealiseerd zou worden.
 
Uitspraak
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het primaire besluit te herroepen en een tegemoetkoming aan planschade toe te kennen.