Over windenergie en milieueffectrapportage

Wanneer is bij een windpark sprake van plan-m.e.r.-plicht?
Voor alle (bestemmings)plannen en structuurvisies over windenergie of die windturbineparken mogelijk maken (kaderstelling voor toekomstige m.e.r.-beoordeling van windturbineparken) geldt de plicht om een plan-MER op te stellen. 

Wanneer is bij een windpark sprake van m.e.r.-beoordelingsplicht?
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark op zee of land is bijna altijd m.e.r.-beoordelingsplichtig (categorie D22.2 Besluit m.e.r.).
Voor een windpark is vaak naast een m.e.r.-beoordeling in het kader van een omgevingsvergunnning ook een wijziging van een ruimtelijk plan nodig. Voor dit plan geldt los van de uitkomst van de m.e.r.-beoordeling dan meestal nog een aparte plan-m.e.r.-plicht. Of er project-m.e.r.-plicht is, hangt af van de m.e.r.-beoordeling.

Wat moet er in een milieueffectrapport over geluid bij windturbineparken?
Geluid is een belangrijk milieueffect van windturbines. Een windturbinepark met een groot vermogen produceert doorgaans meer geluid dan een kleiner windpark. Welke informatie over geluid van windturbines is relevant voor m.e.r.?

Normering

Voor windparken is de normering geregeld in het Activiteitenbesluit. Hierin staat de beoordelingsmaat van 47 dB (Lden) en 41 dB (Lnight). De normering van geluid afkomstig van windturbines houdt rekening met achtergrondgeluid door wind: hoe harder het waait, hoe hoger dit achtergrondgeluid is en hoe hoger de normering. De Commissie adviseert het volgende in het milieueffectrapport te beschrijven:

  • De geluidssituatie (akoestische kwaliteit) van het gebied. Hierin wordt aangegeven wat het karakter van het gebied is (landelijk, dorps, stedelijk) en worden de al aanwezige maatgevende geluidbronnen weergegeven (industrie, verkeer etc.).
  • De geluidbelasting door het windturbinepark, alternatieven en toetsing hiervan aan de grenswaarden. Voor m.e.r. is het belangrijk ook te kijken naar cumulatie van geluid door nabijgelegen windturbines in relatie tot nabijgelegen woningen.
  • Een overzicht van de (technische) mogelijkheden om de geluidsproductie te reduceren, (waaronder het uitrusten van windmolens met windsnelheids-afhankelijke regelingen) en de daadwerkelijk mogelijke reductie in geluidbelasting.

Tenslotte, de geluidsbelasting van windturbines kan ook effecten hebben op (beschermde) natuurwaarden.

Welke informatie moet er in een milieueffectrapport voor offshore windparken?
De belangrijkste punten zijn:

  • Alternatieven en varianten. De Commissie adviseert minimaal twee inrichtingsvarianten uit te werken:
    • Eén waarbij de energieopbrengst voor het gehele park wordt gemaximaliseerd.
    • Eén waarbij met de locaties van en onderlinge afstand tussen de windturbines wordt gevarieerd binnen het beschikbare gebied. Doel hiervan is zoveel mogelijk milieuwinst te creëren (bijvoorbeeld tbv het voorkomen van vogelslachtoffers of het verbeteren van de scheepvaartveiligheid).
  • Mitigerende maatregelen om eventuele effecten op bijvoorbeeld natuur (vogels en onderwaterleven) te verminderen of weg te nemen. Denk hierbij aan stil zetten van de turbines voor vogels en alternatieve funderingen voor heiwerkzaamheden die veel minder onderwatergeluid produceren.
  • Een kwantitatieve beschrijving van de effecten op vogels, onderwaterleven (o.a. zeezoogdieren) en scheepvaartveiligheid. Zowel de absolute effecten voor het gehele park, als de effecten per eenheid van energieopbrengst.
  • Inzicht in de cumulatieve effecten op vogels, onderwaterleven (o.a. zeezoogdieren) en scheepvaartveiligheid.
  • De consequenties van beschermde natuur en de mogelijke invloed van het windpark op kenmerken en waarden van de Noordzee en Waddenzee.