Over geluid en m.e.r.

Hoe beschrijf je geluidseffecten in een plan-MER?
Doorgaans is het abstractieniveau van een plan-MER te groot om zinvolle geluidsberekeningen uit te voeren. Gemeentelijke, provinciale en Rijksgeluidskaarten geven vaak al een goed beeld van de bestaande geluidsbelasting. Via expert-judgement of vuistregels is het effect van alternatieven of voorgenomen maatregelen op kaart zichtbaar te maken. Een plan-MER moet wel ingaan op het ambitieniveau voor geluid. Vaak is het zinvol om leefbaarheidsdoelstellingen en geluidsknelpunten weer te geven. De 'Actieplannen geluid' van de betrokken overheden bieden hier vaak de basisinformatie al voor. Bij alternatievenontwikkeling spelen de ambities, doelstellingen en knelpunten een belangrijke rol. Bijvoorbeeld bij locatiekeuzes voor woningen en/of ruimtelijke keuzes voor de inrichting van nieuwe gebieden. De centrale vraag hierbij is vaak: hoe kan het stiller? In een aantal gevallen zijn voor een plan-MER toch geluidsberekeningen nodig. Bijvoorbeeld bij plan-MER voor bestemmingsplannen.

 

Hoe beschrijf je geluid in een milieueffectrapport over woningbouw?Geef in een milieueffectrapport over woningbouw het ambitieniveau voor geluid aan en vooral de manier waarop dit wordt gewaarborgd. Bij het bepalen van het ambitieniveau kun je denken aan een maximale voorkeursgrenswaarde of aansluiten bij het vigerende geluidactieplan. Als woningbouw langs een drukke (spoor)weg staat gepland of bij een bedrijventerrein, voer dan geluidsberekeningen uit. Bepaal voor de eerstelijnsbebouwing het aantal gehinderden. Doe dit ook voor de eerstelijnsbebouwing langs de hoofdtoegangsweg naar de woningbouwlocatie. Beschrijf dit in het milieueffectrapport zowel voor het voorkeursalternatief, als voor de stillere alternatieven.

 

Beschrijft een milieueffectrapport ook laagfrequent geluid?
Laag Frequent Geluid (LFG) is geluid met een frequentie beneden 100/125 Hz. Het is meestal mechanisch gegenereerd geluid. Laagfrequent geluid dempt op grotere afstand minder dan geluid met hogere frequenties (‘gewoon geluid'). Op grotere afstanden van sterke geluidbronnen blijft alleen de laagfrequente component over, denk bijvoorbeeld aan proefdraaien en taxiën van vliegtuigen.
Laagfrequent geluid is niet makkelijk aan een bron toe te wijzen. Het speelt in m.e.r. met name een rol bij industriële bronnen. Denk aan industriële installaties of aan ontwateringszeven bij zand- en grindwinning of windturbines.
Er zijn geen wettelijke grenswaarden. De Richtlijn Laagfrequent geluid van de Nederlandse Stichting Geluidhinder is via jurisprudentie een veel gebruikt alternatief net als de ‘Vercammen-curve’. In een milieueffectrapport kan deze worden gebruikt.

 

Wanneer beschrijft het milieueffectrapport het aantal gehinderden?
Over het algemeen is het aantal gehinderden een inzichtelijke grootheid. Als het kan moet het aantal gehinderden in het milieueffectrapport worden beschreven. Voor buitengebieden, met relatief weinig woningen, is het aantal gehinderden vaak niet zinvol te bepalen.

 

Waarom wordt er in een milieueffectrapport vaak gerekend met gemiddelde geluidsniveaus?
Het geluidsniveau (piekbelasting) langs een weg varieert sterk. Een passage van een zware vrachtwagen kan een geluidsniveau opleveren van boven de 90 dB. In gaten in de verkeersstroom zal het geluidsniveau weer teruglopen tot het achtergrondgeluidsniveau (tussen de 30 en 45 dB). Het geluid van één vrachtwagen zegt dus niet veel over de hoeveelheid geluid, die gedurende een dag op een weg wordt geproduceerd. Om de geluidsniveaus van wegen, spoorwegen en luchthavens te kunnen vergelijken en te beoordelen, wordt gerekend met de gemiddelde waarde van het geluidsniveau voor een bepaalde periode. In deze gemiddelde waarden (bijvoorbeeld Letmaal en Lden) wordt geluid in de nacht zwaarder meegeteld dan geluid gedurende de dag.

 

Wanneer wordt de (A) geschreven achter dB?
Geluid wordt uitgedrukt in decibel (dB). De toevoeging (A) staat voor A-gewogen. Hiermee wordt aangegeven dat er in de geluidsberekening rekening is gehouden met het menselijk gehoor. Niet al het geluid wordt namelijk als even hinderlijk ervaren. Zowel bij berekeningen in Letmaal als in Lden wordt rekening gehouden met deze A-weging. Sinds de wijziging van de Wet Geluidhinder per 1 januari 2007 wordt de (A) ook gebruikt om bij wegen en spoorwegen onderscheid te maken tussen de oude normen en de nieuwe normen in Lden. Bij de geluidsbelasting uitgedrukt in Lden wordt bij wegen en spoorwegen de (A) weggelaten.

 

Wanneer beschrijft een milieueffectrapport onderwatergeluid?
Geluid reikt onder water veel verder dan op land, namelijk tot tientallen kilometers ver. Onderwatergeluid kan het onderwaterleven in de zee en grote zoete wateren (bv. IJsselmeer) negatief beïnvloeden (denk aan vissen en zeezoogdieren). Heiwerkzaamheden, scheepvaart, zand- en grindwinning, baggerwerkzaamheden, seismisch onderzoek en explosieven (opruimen mijnen en oude constructies) zijn een belangrijke bron van onderwatergeluid.
Als deze bronnen aan een activiteit verbonden zijn moet het milieueffectrapport ingaan op onderwatergeluid en de effecten daarvan op natuur. Vaak zijn er alternatieven die geen of veel lagere onderwatergeluidemissies veroorzaken. Onderzoek deze dan in het rapport.
Alhoewel er nog veel kennisleemtes zijn komt er steeds meer en betere informatie beschikbaar over dit thema. Zo is er bijvoorbeeld een model van TNO (Aquarius) om onderwatergeluid te modelleren dat al in MER gebruikt wordt en stelt de rijksoverheid informatie uit onderzoeksprogramma’s ter beschikking.

 

Hoe beschrijf je in een milieueffectrapport het effect van geluid op vogels?
Het beschrijven van geluidseffecten door industrie, windturbines of bijvoorbeeld aanlegwerkzaamheden op vogels is meestal maatwerk in een milieueffectrapport. Voor de beschrijving van de effecten van wegverkeer op vogels (inclusief effecten van geluid) heeft de Commissie een factsheet opgesteld.