Hoe moet atmosferische depositie in m.e.r. aan bod komen?

De Commissie hanteert de volgende praktische regels:

  • Breng alleen bij projecten met aanzienlijke, direct door het voornemen veroorzaakte, emissies de deposities op Natura 2000 in beeld. Onder deze categorie vallen veehouderijen, (vaar)wegen en industrie. Bij andere type projecten hanteert de Commissie een 'Nee, tenzij'-criterium. Kwantitatieve criteria zijn er (nog) niet.
  • Neem in een project-MER de volgende informatie op:
    1. De ligging van het Natura 2000-gebied(en) t.o.v. de activiteit.
    2. De staat van instandhouding/kritische depositiewaarde.
    3. De achtergrondconcentratie in het Natura 2000-gebied.
    4. De toevoeging van de eigen activiteit aan atmosferische depositie.
    5. Worden de kritische depositiewaarden (verder) overschreden.
  • Onderbouw in een plan-MER of op basis van deze informatie significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Als dat niet kan, moet de plan-MER een Passende beoordeling bevatten, waarin onderzocht wordt of er sprake is van ‘aantasting van natuurlijke kenmerken’.