Verslag themabijeenkomst Gezondheid in m.e.r. - 14 november 2013

Het belang van het betrekken van gezondheidseffecten bij m.e.r. en bij de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen wordt steeds breder onderkend. Onlangs organiseerde de Commissie hierover een themamiddag. De laatste wetenschappelijke inzichten werden gepresenteerd over de gevolgen van verkeer, groen/natuur en veehouderij voor de volksgezondheid. Daarnaast vond discussie plaats hoe deze onderwerpen het beste aan de orde kunnen komen in m.e.r./MER en in besluitvorming over plannen en projecten.

 

Workshop Verkeer en gezondheid

Menno Keuken (TNO) gaf in zijn presentatie aan dat uit recent buitenlands onderzoek naar voren komt dat blootstelling aan fijn stof, naast luchtwegaandoeningen, ook resulteert in verhoogde risico’s op leukemie bij kinderen en vervroegde dementie bij ouderen. Steeds duidelijk wordt dat elementair koolstof (EC), ook roet genoemd, een betere indicator is voor gezondheidseffecten als gevolg van verbrandingsemissies dan de gebruikelijke fijn stof indicatoren  PM10 en PM2,5. Geconcludeerd werd dat het toepassen van EC als additionele indicator in m.e.r.-studies zeker meerwaarde heeft als verkeersvarianten en –maatregelen op gezondheidseffecten beoordeeld moeten worden.
Presentatie (pdf)

 

 

Mariska van der Sluis (Erasmus Universiteit) benadrukte in haar presentatie dat op bestuurlijk niveau gezondheidseffecten van luchtverontreiniging meestal niet erg spelen. Dit wordt veroorzaakt doordat de effecten pas op langere termijn zichtbaar zijn en bestuurders primair gericht zijn op het halen van de wettelijke grenswaarden. Ook hebben bestuurders het gevoel dat ze met maatregelen nauwelijks kunnen bijdragen aan verbetering van de situatie, zeker als andere bestuurders gelijktijdig maatregelen nemen die de gezondheidssituatie juist verslechteren. Conclusie was dat de communicatie van gezondheidswetenschappelijke kennis beter moet worden afgestemd op de beleidspraktijk. Het eventueel ook economisch waarderen van gezondheidseffecten werd daarbij als voorbeeld genoemd.
Presentatie (pdf)

 

 

Workshop Groen/natuur en gezondheid

Fred Woudenberg (GGD Amsterdam) en Hanneke Kruize (RIVM) benadrukten in hun presentaties dat er veel indicaties zijn voor een positieve invloed van groen/natuur op de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ziekten als COPD/astma, coronaire hartziekte, diabetes en depressie komen minder vaak voor bij mensen die wonen in een groene omgeving. De positieve effecten van groen/natuur blijken met name op te treden bij kinderen, ouderen en mensen met een laag sociaal-economische status. Groen/natuur in de directe leefomgeving zorgt er voor dat mensen meer bewegen, meer sociale contacten hebben, een lager stressniveau en ook een beter leefklimaat (bijvoorbeeld minder hittestress). Momenteel wordt veel onderzoek gedaan naar de precieze werkingsmechanismen achter de relatie tussen groen/natuur en gezondheid.
Presentatie (pdf)

Voorgesteld werd dat de Commissie m.e.r. in haar advisering wijst op het positieve effect van de aanwezigheid van groen/natuur op de volksgezondheid. Door de hoeveelheid groen/natuur in de directe woonomgeving als indicator te gebruiken kunnen relatieve verschillen tussen alternatieven/varianten beoordeeld worden. Voorbeelden van veel gebruikte indicatoren zijn: ‘NDVI (mate van groen)’, ‘hoeveelheid m2 groen binnen een bepaalde afstand’ en het ‘percentage greenspace’. Aanvullende indicatoren zijn bijvoorbeeld de ‘toegankelijkheid’ en de ‘aantrekkelijkheid van het groen / de natuur’.

 

 

Workshop Veehouderij en gezondheid

Dick Heederik (Universiteit Utrecht) presenteerde de laatste wetenschappelijke inzichten over de gezondheidsrisico’s door veehouderij gerelateerd aan zoönosen, resistentieproblematiek (MRSA, ESBL), fijn stof en stank. Aangegeven werd dat er (nog) weinig wetenschappelijk bewijs beschikbaar is voor optredende gezondheidseffecten. Geadviseerd werd meer aandacht te geven aan de biologische component in het fijn stof. De Gezondheidsraad heeft in dit verband gepleit voor het instellen van een grenswaarde voor endotoxinen in het buitenmilieu. Aangegeven werd dat afstandnormen niet goed werken in een complexe omgeving met meerdere bedrijven. Emissies lijken dan een logischer aangrijpingspunt.
Presentatie (pdf)

 

 

Renske Nijdam (GGD'en Brabant/Zeeland) presenteerde samen met Theo van de Ven (gemeente Oirschot) het toetsingsinstrument Veehouderij en gezondheid, dat is ontwikkeld door de GGD'en Brabant/Zeeland en enkele Brabantse gemeenten als afwegingskader bij de vergunningverlening voor intensieve veehouderijen. Aangegeven werd dat geur, fijn stof, endotoxinen, zoönosebestrijding, transportbewegingen en landschappelijke inpassing als criteria meegewogen moeten worden. Bij nieuwvestiging dan wel ontwikkeling van woonwijken wordt geadviseerd een (vaste) afstand van 250 meter tot gevoelige bestemmingen in acht te nemen. Dit is dus een andere aanpak dan de meer emissiegerelateerde beoordeling die de Gezondheidsraad voorstelt.
Presentatie (pdf)

 

Vervolgacties

Als vervolg op de themamiddag actualiseert de Commissie de factsheet Gezondheid in m.e.r. en gaat zij aan de slag om een praktische handreiking over Gezondheid in m.e.r. te schrijven. In het najaar zal de Commissie een bijeenkomst rond deze handreiking organiseren.