Monitoringstool

In de praktijk gebruiken overheden de monitoringstool als instrument voor het vaststellen van knelpunten en benodigde maatregelen. Bij de uitwerking van het voorkeursalternatief vraagt dit om extra aandacht voor optimale maatregelen om lokaal aan de grenswaarden te voldoen of de gevolgen voor de volksgezondheid te mitigeren.

Enkele voorbeelden:

  • In de tool wordt meestal gerekend met gemiddelde effecten van maatregelen. In de praktijk hangen deze sterk af van de project- en locatiespecifieke omstandigheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de effecten van kilometerbeprijzing, dynamisch verkeermanagement en milieuzonering.
  • Achtergrondconcentraties in de tool zijn beschikbaar per 1x1 km. Binnen deze 1x1 km-hokken zijn, door aanwezige lokale (punt)bronnen, soms grote concentratiegradiënten aanwezig. Deze gradiënten (met piek- en dalconcentraties) worden in de saneringstool niet meegenomen in de beoordeling.
    In de huidige m.e.r.-praktijk wordt daar wél rekening mee gehouden om te voorkomen dat lokale piekconcentraties worden weggemiddeld.
  • Door het toepasbaarheidsbeginsel hoeven langs sommige snelwegen (bijvoorbeeld ringwegen van grote steden) geen maatregelen meer genomen te worden. De concentraties langs het nabijgelegen onderliggende wegennet, waar wél mensen worden blootgesteld, blijken hierdoor soms aanzienlijk toe te nemen.

De Commissie adviseert om met deze project- en locatiespecifieke omstandigheden rekening te houden.