Intensieve veehouderij
Het opstellen van een milieueffectrapport is voor intensieve veehouderijen verplicht, wanneer het gaat om de oprichting, w ijziging of uitbreiding van een inrichting voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens:
Een beoordeling van de m.e.r.-plicht is nodig:
Voor meer informatie over m.e.r.-plicht kunt u terecht bij InfoMil.
gepubliceerd: 26-3-2008 laatst gewijzigd: 26-3-2008 12:08:08
Ieder MER is maatwerk. Opvallend is dat vooral de volgende informatie regelmatig ontbreekt of onvoldoende is uitgewerkt:
Daarnaast is de uitwerking en de vergelijking van alternatieven vaak te beperkt en te ongestructureerd om heldere conclusies te kunnen trekken.
gepubliceerd: 25-3-2008 laatst gewijzigd: 1-7-2010 10:35:29
Alle alternatieven die de initiatiefnemer overweegt moeten op milieueffecten onderzocht worden. Alternatieven die op voorhand niet haalbaar zijn hoeven dus niet uitgewerkt te worden.
In het geval dat er erg veel combinaties van bedrijfsonderdelen mogelijk zijn, raadt de Commissie aan om de meest logische combinaties van bedrijfsonderdelen (bijvoorbeeld stalsysteem en vorm van mestverwerking) als basisalternatieven uit te werken. Varianten die slechts op onderdelen van de beschreven alternatieven verschillen hoeven alleen uitgewerkt te worden voor die onderscheidende onderdelen.
Het is bovendien verstandig om ook belangrijke veranderingen in de inrichting, die de initiatiefnemer in de nabije toekomst overweegt of verwacht door te voeren, in de te beschrijven alternatieven en varianten op te nemen. Hierbij kan u denken aan bijvoorbeeld plannen voor een mestbewerkingsinstallatie. Als de initiatiefnemer dit níet doet, loopt hij het risico dat hij voor deze wijziging opnieuw een m.e.r. moet uitvoeren.
gepubliceerd: 23-3-2008 laatst gewijzigd: 26-3-2008 12:26:33
Een locatiealternatief voor een intensieve veehouderij is meestal niet aan de orde, aangezien een particuliere initiatiefnemer vaak al een grondpositie heeft. Het is wél verstandig om naar andere locaties te kijken, als op voorhand duidelijk is dat de ontwikkeling op de huidige locatie niet mogelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval als een project duidelijk negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Ook wanneer de initiatiefnemer meerdere locaties heeft waar hij de ontwikkeling zou kunnen uitvoeren, kan een locatiealternatief aan de orde zijn.
gepubliceerd: 21-3-2008 laatst gewijzigd: 26-3-2008 12:27:44
Voor veehouderijen zijn in vrijwel elk geval de volgende aandachtspunten hoofdpunten in het MER:
De bedrijfsspecifieke situatie bepaalt of er nog andere hoofdpunten aan de orde zijn. Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld veel verhard oppervlak heeft en in een gebied ligt met een specifieke waterdoelstelling, kan water een hoofdpunt zijn. Energie is een hoofdpunt als de initiatiefnemer ook een grote mestverwerkinginstallatie plaatst.
gepubliceerd: 20-3-2008 laatst gewijzigd: 26-3-2008 12:28:12
Een habitattoets is aan de orde wanneer een bedrijf mogelijk gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Op basis van de Natuurbeschermingswet moet in dat geval onderzocht worden of het initiatief significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelen van dit gebied. Om dit te bepalen moet de initiatiefnemer enkele stappen doorlopen:
gepubliceerd: 15-1-2008 laatst gewijzigd: 16-1-2008 15:41:05
In het MER moet een beschrijving staan van de effecten van het voornemen op beschermde natuurgebieden.
Naast de gebiedsbescherming kent de natuurwetgeving de Flora- en faunawet (Ffw). Deze wet beschermt een groot aantal planten- en diersoorten, ook buiten de beschermde gebieden. Dit zogenaamde soortenbeleid is in het leven geroepen omdat de beschermde gebieden onvoldoende waarborg bieden voor het in stand houden van de biodiversiteit.
In het MER moet:
De informatie moet actueel zijn en voldoende gedetailleerde informatie bieden over de aanwezigheid van soorten nabij het bedrijf.
gepubliceerd: 15-1-2008 laatst gewijzigd: 16-1-2008 15:40:31
Cumulatie is een beoordelingsaspect in het kader van m.e.r. en moet dus altijd worden bekeken.
In de systematiek van de nieuwe Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) wordt enkel naar cumulatieve geurhinder gekeken, wanneer de gemeente een quick scan uitvoert ter voorbereiding op gemeentelijke normstelling. In overige gevallen blijft de cumulatieve geurhinder buiten beschouwing bij toetsing aan de Wgv.
Zeker in gevallen waarin erg grote of erg veel veehouderijen op korte afstand van elkaar liggen (bijvoorbeeld in de zogenaamde landbouwontwikkelingsgebieden) kunnen echter overbelaste situaties ontstaan. Daarom vraagt de Commissie m.e.r. wél naar een cumulatieberekening voor geur, op basis van het model V-Stacks Gebied.
gepubliceerd: 23-11-2007 laatst gewijzigd: 11-12-2007 12:26:42
Ja, dit is nodig. Wanneer een initiatief leidt tot mogelijk significante negatieve gevolgen, moet de initiatiefnemer een passende beoordeling uitvoeren. Ook een bedrijf dat van een Natura 2000-gebied af wordt geplaatst, kan op de nieuwe locatie nog steeds een negatieve invloed op dit Natura 2000-gebied hebben.
gepubliceerd: 21-11-2007 laatst gewijzigd: 11-12-2007 12:27:42
In Reconstructieplannen zijn Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG's) aangewezen. Dit zijn gebieden waar de ontwikkeling van de landbouw de ruimte krijgt. In de praktijk blijkt dat deze gebieden niet zó zijn aangewezen dat op voorhand effecten op natuur zijn uit te sluiten. Door de huidige bedrijfsgrootte kunnen wijziging of nieuwvestiging van bedrijven ook ver buiten het LOG nog gevolgen hebben voor natuur. Dit is met name belangrijk indien er Natura 2000-gebieden of kwetsbare natuurgebieden in de buurt zijn. Daarnaast kunnen beschermde soorten ook op intensief gebruikte landbouwgronden voorkomen. In het MER moet een initiatiefnemer daarom onderzoek uitvoeren naar de gevolgen voor natuur.
gepubliceerd: 20-11-2007 laatst gewijzigd: 11-12-2007 12:27:57
Disclaimer | Sitemap | Contact
Commissie voor de milieueffectrapportage | Postbus 2345 3500 GH Utrecht
t 030 - 234 76 66 | f 030 - 233 12 95 | e | w www.commissiemer.nl