Kennis en Informatie

Veelgestelde vragen

top

1. Wie is de Commissie m.e.r.?

De Commissie voor de milieueffectrapportage is een door de overheid benoemde onafhankelijk adviseur bij milieueffectrapportage. Zij heeft géén bestuurlijke verantwoordelijkheid en bemoeit zich niet met politieke afwegingen. De Commissie bewaakt de kwaliteit van de milieu-informatie waarop de bestuurders hun besluiten baseren.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:04


top

1.1. Bepaalt de Commissie of een project doorgaat?

Nee, de Commissie spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van een activiteit of het te kiezen alternatief. De Commissie adviseert over de inhoud van een MER. Zij kan aangeven:

Het bevoegd gezag kan op basis van het MER het milieu volwaardig meewegen bij de besluitvorming over het project.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:04


top

1.2. Voert de Commissie het onderzoek zelf uit?

Nee, de Commissie voert zelf geen onderzoek uit. Zij beoordeelt het onderzoek dat de initiatiefnemer heeft uitgevoerd of heeft laten uitvoeren.

gepubliceerd: 28-5-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:05


top

1.3. Wat gebeurt er als de Commissie essentiële tekortkomingen signaleert?

De Commissie weegt altijd de zwaarte van eventuele tekortkomingen af. Wanneer zij bij de toetsing van het MER constateert dat er essentiële informatie voor het te nemen besluit ontbreekt, stuurt zij het bevoegd gezag een voorlopig advies waarin deze conclusie verwoord staat. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  1. De Commissie brengt dit advies (binnen de gebruikelijke termijn) uit.
  2. Het bevoegde gezag vraagt de Commissie de advisering op te schorten om de initiatiefnemer de gelegenheid te geven het MER aan te vullen. De Commissie schort de advisering voor een beperkte periode (ca. 6 weken) op. Om de transparantie te waarborgen, plaatst de Commissie het voorlopige advies op haar website, bij de overige projectgegevens. Als de aanvulling na de afgesproken periode niet aangeleverd is, brengt de Commissie het advies alsnog uit.

Aanvullingen en de beoordeling daarvan door de Commissie zijn niet wettelijk voorgeschreven. Een advies over de kwaliteit van een aanvulling wordt beschouwd als een vrijwillig advies. Ook hiervoor geldt dus dat een bijdrage van €5000,- aan het ministerie van VROM betaald moet worden. Net als bij de andere vrijwillige adviseringen start de Commissie de toetsing van een aanvulling zodra zij bericht heeft gekregen dat de betaling door VROM ontvangen is.

Het bovenstaande geldt voor toetsingen die na 1 juli 2010 zijn opgestart.

 

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:05


top

1.4. Wat kost advisering door de Commissie?

Een verplicht advies van de Commissie (dus een toetsingsadvies in de 'uitgebreide' procedure) is gratis.

Voor een 'vrijwillig advies' brengt het ministerie van VROM sinds 1 juli 2010 een bijdrage van € 5.000,- in rekening bij degene die het advies aanvraagt. Dit is dus (vrijwel altijd) het bevoegd gezag.

Hoe de betaling in zijn werk gaat leest u in de instructie procedure adviesaanvraag.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:05


top

1.5. Kan iedereen de Commissie om advies vragen?

Nee, alleen het bevoegd gezag kan de Commissie om officiële adviezen vragen. Het gaat dan om:

Informatie over het m.e.r. proces en over praktijkervaringen verstrekt de Commissie (gratis) aan iedereen.

Vragen over de m.e.r.-plicht kunnen worden gesteld aan Infomil.

gepubliceerd: 25-5-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:05


top

1.6. Wat doet de Commissie met zienswijzen?

Als het MER gepubliceerd is, is er de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen. Ook in de voorfase kan die mogelijkheid worden geboden (dit is een keuze van het bevoegd gezag). Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen deze zienswijzen  aan de Commissie door te sturen. De Commissie betrekt dan de zienswijzen bij haar advisering over het MER.

Uiteraard kan de Commissie dan niet binnen dezelfde termijn als de termijn voor zienswijzen adviseren. Om alle binnengekomen zienswijzen te verwerken en bij het advies te betrekken is tijd nodig. Meestal zal dit ca. 3 weken na afloop van de termijn zijn. Bij projecten met veel zienswijzen kan meer tijd nodig zijn.

Opmerkingen over de inhoud en kwaliteit van het MER weegt de Commissie mee in haar advies. Waar zij dat relevant vindt, verwijst zij gericht naar deze reacties. De Commissie beantwoordt de zienswijzen niet; dit blijft de taak van het bevoegd gezag. Op de website is bij ieder project te vinden, welke inspraakreacties de Commissie heeft ontvangen.

 

 

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

2. Tips voor het m.e.r.-proces

M.e.r. dient als hulpmiddel bij de besluitvorming. (Te) vaak wordt een m.e.r. pas doorlopen als alle keuzes al zijn gemaakt. Het MER kan dan niet meer helpen bij de vergelijking van alternatieven en het maken van weloverwogen keuzes. Een goede m.e.r. begint daarom met het tijdig herkennen van de m.e.r.-plicht.

Meer tips staan in de factsheets die de Commissie over diverse onderwerpen schrijft.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

2.1. Hoe moet een adviesaanvraag aan de Commissie m.e.r. worden opgestuurd?

Om te kunnen voorzien in een snelle advisering is het belangrijk dat de Commissie m.e.r. op tijd beschikt over alle relevante informatie. Dit voorkomt vertraging of misverstanden.

De Commissie ontvangt graag vooraf een melding dat er een adviesverzoek aan komt. Bij voorkeur zodra de datum van (eventuele) tervisielegging duidelijk is. Per 1 juli 2010 moet de Commissie advies uitbrengen binnen 6 weken (na de openbare kennisgeving van het MER). Om hieraan te kunnen voldoen moet deze melding uiterlijk drie weken voor de openbare kennisgeving gedaan worden. U kunt de melding doorgeven per telefoon (030) 234 76 66 of via mer@eia.nl.

Voordat de proceduretermijn start, dus uiterlijk de dag voor de kennisgeving (maar het liefst wat eerder), moet de Commissie voldoende schriftelijke exemplaren van de betreffende stukken in bezit hebben. Doorgaans zijn dat er ongeveer acht. U kunt over de vraag welke stukken toe te sturen en hoeveel exemplaren overleggen met het secretariaat.

De Commissie houdt zich zoveel mogelijk aan de termijnen die voor haar advisering staan. Maar dat kan alleen wanneer zij tijdig de relevante stukken ontvangt. Lees daarom de meer gedetailleerde informatie in ieder geval ook.

 

gepubliceerd: 1-7-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

2.2. Hoe lang duurt het schrijven van een MER?

Dit varieert sterk. Afhankelijk van het type project en de aard van het besluitvormingsproces varieert het van ca 3 maanden tot enkele jaren. Via de projectinformatie opgenomen bij de specifieke projecten krijgt u een beter beeld.

gepubliceerd: 20-4-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

2.3. Welk adviesbureau moet ik inschakelen?

Een initiatiefnemer is niet verplicht een adviesbureau in te schakelen. Het is, zeker bij de complexere projecten wel verstandig het te doen. De Commissie adviseert niet over de vraag welk bureau dat moet zijn. Het is voor de hand liggend om een bureau in te schakelen dat ervaring heeft met m.e.r. Deze bureaus staan o.a. vermeld in het tijdschrift 'Toets'.

gepubliceerd: 18-4-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

3. Veel gestelde vragen over m.e.r.- procedures:

Hierna de meest voorkomende vragen.
Wilt u meer weten?  InfoMil beantwoordt vragen over de wettelijke m.e.r.-regelgeving. De Commissie adviseert over de aanpak van m.e.r. in de praktijk.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

3.1 Wat zijn de verschillen tussen de beperkte en de uitgebreide procedure?

Kort samengevat kent de uitgebreide procedure de volgende 'extra's' ten opzichte van de beperkte procedure:

Er is een openbare raadpleging over de reikwijdte en het detailniveau  ('scope') van het MER. In deze fase moet het bevoegd gezag

In deze fase màg het bevoegd gezag ook de Commissie m.e.r. vragen om een advies over de inhoud van het MER (dit is niet verplicht).

Na de raadpleging adviseert het bevoegd gezag de initiatiefnemer over de reikwijdte en het detailniveau van het MER (tenzij het bevoegd gezag en de initiatiefnemer dezelfde zijn).

Deze hele openbare 'voorfase'/ scopingsfase' is niet verplicht in de beperkte procedure.

In de toetsingsfase van het MER is het verschil dat in de uitgebreide procedure het bevoegd gezag verplicht is de Commissie m.e.r. het MER te laten toetsen. In de beperkte procedure is dit vrijwillig.

Meer uitgebreide informatie over de procedures vindt u onder andere op de website van Infomil en de factsheet 'Modernisering m.e.r.' van de Commissie. 

 

gepubliceerd: 1-7-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:06


top

3.2. Kunnen voor dezelfde activiteit meerdere m.e.r.-plichten bestaan?

Ja. In Kolom 3 van de 'C- en D-lijst' uit het Besluit m.e.r. staan alle aan de realisering van de activiteit voorafgaande plannen. Meerdere (opeenvolgende) plannen (voor dezelfde activiteit) kunnen dus plan-m.e.r.-plichtig zijn. Na de planvorming volgt een besluit om de activiteit te realiseren. Als dit besluit is opgenomen in kolom 4 van de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt een project-m.e.r.-(beoordelings)plicht. Bijvoorbeeld:

Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat gebruik wordt gemaakt van eerder opgestelde MER'en. Bij ieder plan moet wel aan de procedurele aspecten van de m.e.r. worden voldaan.
Iets anders is het als verschillende plan-m.e.r.-plichtige plannen voor dezelfde of samenhangende activiteiten (min of meer) tegelijk in procedure worden gebracht. Hiervoor kent de Wm artikel 14.4c. Dan kan volstaan worden met het maken van één MER. In de praktijk komt dit niet veel voor omdat de plannen vaak door verschillende bestuursorganen worden vastgesteld.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:07


top

3.3. Kunnen plan-m.e.r. en project-m.e.r. gecombineerd worden?

Als voor een activiteit gelijktijdig zowel een m.e.r.-plichtig plan als een m.e.r.-plichtig besluit wordt voorbereid, kan één MER worden gemaakt (art. 14.4b Wm). Anders dan nu nog in de Wm staat, moet hiervoor de uitgebreide procedure worden doorlopen.
Dit geldt overigens alleen als het plan uitsluitend wordt voorbereid vanwege de inpassing van die activiteit in dat plan. Bijvoorbeeld: voor een stortplaats wordt een Wm-vergunning voorbereid. Tegelijkertijd wordt een bestemmingsplan gemaakt waarin de stortplaatslocatie wordt bestemd. Dan kan dus worden volstaan met het maken van één gecombineerd plan-/project-MER.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:02


top

3.4. Wanneer is een passende beoordeling voor een plan nodig?

Als het mogelijk is dat een plan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van (een) Natura 2000-gebied(en), moet een ‘passende beoordeling’ gemaakt worden (art. 19j, tweede lid, Natuurbeschermingswet 1998).
Een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan waarvoor een passende beoordeling gemaakt moet worden, is plan-m.e.r.-plichtig (art. 7.2a, eerste lid, Wet milieubeheer). In een dergelijk geval moet de passende beoordeling herkenbaar in het plan-MER worden opgenomen (art. 19j, vierde lid, Natuurbeschermingswet 1998). Lees meer over de passende beoordeling in de factsheet Natura 2000 en m.e.r. 

gepubliceerd: 19-4-2010 laatst gewijzigd: 30-7-2010 16:00:02


top

3.5. Moet de passende beoordeling onderdeel uitmaken van het MER?

Als sprake is van een plan-m.e.r.-plicht, dan is het verplicht om de passende beoordeling herkenbaar op te nemen in het plan-MER. Als sprake is van een project-m.e.r.-plicht, dan is dit niet verplicht. De Commissie m.e.r. en ook de Ministers van LNV en VROM adviseren echter wel om beide documenten te koppelen.

gepubliceerd: 15-3-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:02


top

3.6. Geen project-m.e.r. nodig, toch een plan-m.e.r?

Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor een:

(En los hiervan ook als voor het plan een passende beoordeling moet worden opgesteld, zie 3.4).

Als een plan kaders stelt voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit is nog niet zeker dat voor die activiteit te zijner tijd ook daadwerkelijk een (project)-MER wordt opgesteld. Het bevoegd gezag kan immers bepalen dat dit niet nodig is. Soms is het bevoegd gezag al op voorhand van mening dat een project-m.e.r. voor de activiteit niet nodig zal zijn. Het plan, dat kaderstellend is voor de activiteit is dan tòch plan-m.e.r.-plichtig.

Voorbeeld:
Een gemeente bereidt een structuurvisie voor, waarin een woningbouwproject van 3000 woningen binnen de bebouwde kom is opgenomen. De gemeente denkt niet dat een project-MER nodig zal zijn voor het bestemmingsplan. Het aantal woningen ligt namelijk onder de drempel van de m.e.r.-plicht (4000 woningen). Verder ligt het aantal woningen wel boven de drempel van de m.e.r.-beoordelingsplicht (2000 woningen), maar de gemeente denkt dat het plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. De structuurvisie is dan toch plan-m.e.r.-plichtig, want kaderstellend voor het m.e.r.-beoordelingsplichtige bestemmingsplan.

gepubliceerd: 16-4-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:02


top

3.7. Is bezwaar en beroep mogelijk in verband met m.e.r?

Er bestaat geen eigenstandige bezwaar- of beroepmogelijkheid in verband met m.e.r. In bezwaar of beroep tegen het moederbesluit kan wel worden aangevoerd dat bijvoorbeeld ten onrechte geen m.e.r.-procedure is doorlopen of dat het MER niet aan de wettelijke inhoudseisen voldoet.

gepubliceerd: 13-3-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:02


top

3.8. Wat is m.e.r.-beoordeling en hoe werkt het?

Voor sommige activiteiten is het altijd verplicht om een m.e.r. uit te voeren. Voor veel ook niet. Voor bepaalde activiteiten is soms een m.e.r. nodig, maar soms ook niet. Het bevoegd gezag moet dan zelf bepalen of er een MER moet worden opgesteld. Dit heet m.e.r. beoordeling; het besluit van het bevoegd gezag heet het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

In dit document staat beschreven  om wat voor projecten dit gaat en hoe het bevoegd gezag in zo'n geval te werk moet gaan.

Let op: een m.e.r.-beoordelingsplicht werkt door in de verplichting om een plan-MER op te stellen voor een bovenliggend plan. Zie daarover deze informatie.

gepubliceerd: 9-6-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 15:30:02


top

4. Begrippen en afkortingen: wat is wat?

Op deze website worden de volgende afkortingen gebruikt:

De volgende begrippen komen vaak voor:

Passende beoordeling: Dat is een onderzoek waarin wordt vastgesteld of een voornemen significant negatieve gevolgen kan hebben door een wettelijk beschermd natuurgebied (waaronder de Natura 2000).

Natura 2000: Dat is een Europees Netwerk van beschermde natuurgebieden.

 

gepubliceerd: 11-1-2007 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:03


top

4.1 Wie of wat zijn 'wettelijk adviseurs' bij m.e.r.?

Volgens de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag verschillende instanties om advies vragen bij de m.e.r.-procedure. Soms is dat verplicht en soms kan het bevoegd gezag er zelf voor kiezen (zie hiervoor de beschrijving van de beperkte en de uitgebreide procedure). De Commissie voor de m.e.r. is één van deze 'wettelijk adviseurs'. De andere zijn de ministers van VROM, LNV en OCW. In de praktijk wordt dit uitgevoerd door respectievelijk de VROM-inspectie, de Directie Regionale Zaken van LNV en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Het bevoegd gezag is er zelf voor verantwoordelijk dat deze adviseurs worden geraadpleegd

gepubliceerd: 1-7-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:50:03


top

5.1. Wat moet ik doen als ik voor 1 juli 2010 een m.e.r. voor een plan opstart of heb opgestart?

Het overgangsrecht voor plannen is als volgt:
- Als het ontwerpplan en het planMER vóór 1 juli 2010 ter inzage zijn gelegd, blijft de oude wetgeving van toepassing.
- Als het ontwerpplan en/of het plan-MER op of na 1 juli 2010 ter inzage worden gelegd, is de nieuwe wetgeving van toepassing.

Het relevante verschil tussen oud en nieuw recht is dat in het nieuwe recht in de voorfase (het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het MER) de mogelijkheid geboden moet worden om zienswijzen in te dienen. Onder het oude recht was dit facultatief. Met andere woorden, als men voor 1 juli 2010 een plan opstart en al weet dat 1 juli 2010 het MER nog niet klaar zal zijn, moet de mogelijkheid geboden worden om zienswijzen in te dienen. Ook al verlangt de ‘oude’ wet dat nog niet.

gepubliceerd: 17-6-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:03


top

5.2. Wat moet ik doen als ik voor 1 juli 2010 een m.e.r. voor een besluit opstart of heb opgestart?

Het overgangsrecht voor besluiten is als volgt:
- Als de richtlijnen vóór 1 juli 2010 zijn vastgesteld door het bevoegd gezag, dan geldt voor dat project de oude wetgeving.
- Als de richtlijnen niet voor 1 juli 2010 vastgesteld zijn, dan is de nieuwe wetgeving van toepassing.

Het relevante verschil tussen oud en nieuw recht is dat in het nieuwe recht:
- er geen verplichting meer geldt om richtlijnen vast te stellen;
- in de uitgebreide procedure een advies reikwijdte en detailniveau moet worden gegeven door BG, als de initiatiefnemer niet gelijk ook het bevoegd gezag is (in de eenvoudige procedure wordt alleen een reikwijdte en detailniveau advies gegeven door BG op initiatief van BG zelf of als de initiatiefnemer daarom verzoekt);
- er in het MER geen meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) meer opgenomen hoeft te worden; dit laat overigens onverlet dat het verkennen van het volledige spectrum aan reële milieuvriendelijke alternatieven ook onder het nieuwe recht het uitgangspunt is.

gepubliceerd: 17-6-2010 laatst gewijzigd: 26-7-2010 14:40:03


RSS feeds  RSS Feeds

 

Waarmee kunnen wij u helpen

Waarmee kunnen
wij u helpen?

 

E-Nieuwsbrief OpMERkelijk

Aanmelden
E-Nieuwsbrief

 

Van Afval tot Zeebodem

Van Afval tot Zeebodem, vind per onderwerp, alle actuele m.e.r.-informatie.

Disclaimer | Sitemap | Contact

Commissie voor de milieueffectrapportage | Postbus 2345  3500 GH Utrecht
t  030 - 234 76 66 | f  030 - 233 12 95 | e  | w  www.commissiemer.nl