Tijdelijk verlies natuur vraagt nog aandacht

Persbericht | 17 december 2013

De Commissie vindt dat het MER duidelijk maakt dat alle alternatieven voor de herinrichting en uitbreiding van het Natura 2000-gebied het Zwin in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan het behoud en de ontwikkeling van natuur. Het MER onderbouwt echter nog onvoldoende of en hoe verlies van enkele specifieke habitattypen kan worden voorkomen.

 

Achtergrond
Nederland en Vlaanderen werken samen aan naturuherstel in het Schelde-estuarium. Onderdeel van dit herstel is de herinrichting en uitbreiding van het natuurgebied het Zwin. Het gebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Zwin & Kievittepolder.

De Staatssecretaris van EZ en de Minister van IenM beslissen binnenkort over het rijksinpassingsplan dat de herinrichting van het Nederlandse deel van het Zwin mogelijk maakt. Voorafgaand hieraan is een MER opgesteld. De Commissie is gevraagd dit MER te toetsen.

 

Oordeel over het MER
Het MER maakt volgens de Commissie duidelijk dat alle alternatieven voor de herinrichting van het natuurgebied het Zwin in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan de doelstellingen: duurzaam behoud en uitbreiding van het intergetijdengebied en verbetering van de natuurlijkheid van het Schelde-estuarium. In het MER is het opslibtempo goed berekend en zijn onzekerheden daarin expliciet benoemd.

Dit neemt niet weg dat er door de vergraving voor vijf habitattypen areaalverlies optreedt. Op welke termijn en op welke plaats(en) dit verlies ongedaan wordt gemaakt, maakt het MER nog niet duidelijk. Ook de effecten van toenemende recreatie en het effect van stikstofdepositie op natuur zijn nog onvoldoende in beeld gebracht. De Commissie adviseert in haar voorlopige advies deze punten alsnog uit te werken in een aanvulling op het MER. Na het toetsen van de aanvulling brengt zij haar definitieve advies uit.

 

Persbericht

Zie ook project 1882. Natuurpakket Westerschelde - Het Zwin