Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Persbericht | 10 oktober 2011

Hoe stroken de goed ingeschatte risico’s van een slechter leefklimaat met rijksdoelen?

Het MER voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een goed beeld van de risico’s voor de kwaliteit van het leefklimaat als gevolg van het beleid in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Minder duidelijk wordt hoe de voorgenomen maatregelen ter verbetering van het economische vestigingsklimaat te combineren zijn met andere rijksdoelen: zoals het juist verbeteren van leefklimaat in de Randstad en het voldoen aan internationale verplichtingen rond biodiversiteit, klimaat en luchtkwaliteit. Ook vragen de concrete uitwerkingen van de structuurvisie en het recent gepubliceerde Besluit algemene regels ruimtelijke Ordening (Barro) om meer onderbouwing. De Commissie adviseert de minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) aanvullende informatie te geven voordat zij de structuurvisie vaststelt.

Het project
De minister van I&M wil een structuurvisie vaststellen waarin zij op nationaal niveau beleid vastlegt voor o.a. het versterken van de economische structuur, bereikbaarheid, natuurnetwerken en unieke landschappelijke waarden.
De structuurvisie en de bijgevoegde aanvulling op het Barro zijn kaderstellend voor vervolgbesluiten. Een voorbeeld daarvan is de reservering voor verbreding van rijkswegen.
De Commissie heeft het MER voor de structuurvisie getoetst op kwaliteit. In het advies dat zij vandaag uitbracht aan de minister zijn onderstaande conclusies opgenomen.

Leefklimaat, biodiversiteit en klimaat
In het MER wordt op goede gronden de conclusie getrokken dat er een reëel risico is dat het leefklimaat in de Randstad verslechtert wanneer de hinder door mobiliteitstoename groeit en de ruimtelijke kwaliteit afneemt door het loslaten van de beschermingsregimes voor natuur en landschap rond de steden.
Een ander reëel risico is dat Nederland moeilijker of niet kan voldoen aan internationale doelen en afspraken over biodiversiteit, klimaat en luchtkwaliteit.

Het vinden van oplossingen wordt deels doorgeschoven naar andere overheden of naar de toekomst. Er is bijvoorbeeld niet nagegaan of de in de structuurvisie genoemde woningbouwcijfers tot 2040 binnen de wettelijke kaders voor natuur en gezondheid wel realiseerbaar zijn. Ook moet nog blijken hoe de naar de provincies verschoven ‘herijking van de EHS’ uitvoerbaar is in relatie tot de aangegane internationale biodiversiteitsverplichtingen.

Kaderstellende uitspraken
Als uitwerking van het beleid uit de SVIR is een aanvulling gepubliceerd op het Barro met belangrijke kaderstellende onderdelen.
Zo legt het Barro bijvoorbeeld reserveringszones vast voor verbredingen ter weerszijden van de hoofdwegen in Nederland. Bij aanleg van 4 extra rijstroken kan de zone 2x45 meter bedragen. In deze zones mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die een weguitbreiding kunnen belemmeren. De noodzaak van deze reserveringen is in het MER niet afdoende onderbouwd.

Advies Commissie
Bovenstaande informatie is naar de mening van de Commissie essentieel om een goed onderbouwd besluit te kunnen nemen over de structuurvisie. De Commissie adviseert om op deze punten aanvullende informatie te geven voordat de structuurvisie wordt vastgesteld. Het gaat hier om informatie op hoofdlijnen die aansluit bij het abstractieniveau van de structuurvisie. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal een uitgebreidere alternatieven beschouwing en effectbeschrijving nodig zijn.

Zie ook project 2524. Structuurvisie infrastructuur en ruimte