Milieueffecten IJmeerverbinding goed beschreven

Persbericht | 28 mei 2013

De milieueffecten van een keuze voor een nieuwe brug of tunnel tussen Amsterdam en Almere (IJmeerverbinding) zijn goed beschreven. Uit de ontwerp-Rijksstructuurvisie Amsterdam-Almere-Markermeer blijkt overigens dat een besluit over een nieuwe brug of tunnel pas wordt genomen als er in Almere 25.000 woningen zijn bijgebouwd en er zicht is op afronding van de tweede fase van IJburg. Wel is al een start gemaakt met noodzakelijke natuurmaatregelen in het IJmeer en Markermeer.

 

Het plan
In 2009 is een principebesluit genomen over een ‘drievoudige ambitie’ rond Almere:

  1. Almere groeit met 60.000 nieuwe woningen, waarbij de marktvraag naar woningen leidend is.
  2. Er is in beginsel gekozen voor een westelijke ontwikkeling in combinatie met een (financieel) haalbare IJmeerverbinding tussen Amsterdam en Almere. Hiervoor werd een nader onderzoek naar de optimalisatiemogelijkheden voor een nieuwe brug of tunnel aangekondigd.
  3. De natuur in Natura 2000-gebied IJmeer & Markermeer wordt versterkt.

Het principebesluit is uitgewerkt in het Rijk-Regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM). Daarna is de ontwerp-Rijksstructuurvisie opgesteld en op 7 mei 2013 ter visie gelegd. De definitieve Rijksstructuurvisie brengt het Rijk naar verwachting eind dit jaar uit.

Bijzonder aan dit project is dat de Commissie op grond van een ‘pilot procesgericht adviseren’ op meerdere momenten in de procedure reageerde op stukken over nut/ noodzaak, alternatieven en effecten waaronder in relatie tot natuur (Passende beoordeling). Een ‘tussentijds toetsingsadvies’ kon zo meewegen bij de bestuurlijke standpuntbepaling die voorafging aan de tervisielegging van de ontwerp-Rijksstructuurvisie.

 

Het milieueffectrapport (MER)
In het MER zijn de volgende infrastructuuralternatieven op milieueffecten onderzocht:

  • Verbetering van het openbaar vervoer via de Hollandse Brug.
  • Een nieuwe verbinding door het IJmeer met een brug of tunnel.
  • Een nieuwe verbinding langs een zuidelijker gelegen tracé.

De Commissie vindt dat het MER voldoende informatie geeft om een milieuafweging te maken tussen de alternatieven. Op basis van de beschikbare informatie is toereikend onderbouwd waarom het Zuidelijke Tracé als alternatief is afgevallen.

De mogelijkheid van een IJmetrotram tussen Almere-Centrum en IJburg met een aansluiting naar Amsterdam-CS (een optie die in de ontwerp-Rijksstructuurvisie nieuw naar voren komt) is in het MER niet onderzocht. Dit is niet erg omdat in de structuurvisie nog geen besluit valt over de aard van de verbinding. Dus kunnen gegevens over dit alternatief later worden toegevoegd.
 
Inmiddels is al gestart met het versterken van de natuur in het IJmeer en Markermeer door de natuurmaatregelen bij de Hoornse Hop en de voorbereiding van het project Marker Wadden. Daarmee wordt bereikt dat de verstedelijkingsplannen in Almere met het natuurbelang goed kunnen samengaan. Dit sluit aan bij de adviezen van de Commissie eerder in de procedure.

Persbericht
 

Zie ook project 2518. Rijksstructuurvisie Almere-Amsterdam-Markermeer (voorheen Rijk-Regioprogramma Almere Amsterdam Markermeer, RRAAM)