MER en aanvulling Rijnlandroute geven voldoende milieuinformatie

Persbericht | 29 november 2012

De aanvulling van het MER voor de Rijnlandroute bevat voldoende milieuinformatie. Uit de aanvulling blijkt dat het Churchill Avenue-alternatief de toekomstige verkeersgroei beter kan opvangen. Maatregelen die aantasting van Natura 2000-gebieden voorkomen, zijn nu goed beschreven.

 

Het project
De Rijnlandroute moet de verkeersafwikkeling verbeteren op de oost-westverbinding tussen de A4, de A44 en Katwijk, en de leefbaarheid in de regio Leiden-Voorschoten vergroten. De provincie Zuid-Holland werkt samen met de gemeenten aan een oplossing.

De Province Zuid-Holland beslist binnenkort over het inpassingsplan voor de Rijnlandroute. Voorafgaand hieraan is een MER opgesteld. De Commissie adviseerde om een aanvulling op het MER te maken, omdat zij milieuinformatie miste.

 

De aanvulling
De aanvulling beschrijft de (milieu)effecten van de varianten voor het Churchill Avenue-alternatief, de ontsluiting bij het BioScience Park en het sluipverkeer. Ook gaat de aanvulling in op archeologie. Uit de aanvulling blijkt dat met aanvullende verkeerskundige maatregelen een verdere optimalisatie van de verkeersdoorstroming in het alternatief Churchill Avenue mogelijk is, waardoor dit alternatief toekomstige verkeersgroei beter kan opvangen dan het oorspronkelijke Churchill Avenue alternatief.

De maatregelen die achteruitgang van de natuur door luchtverontreiniging tegengaan waren nog onbekend. Uit de aanvulling blijkt dat de provincie eerst maatregelen gaat nemen in de Natura 2000-gebieden Coepelduynen en Meijendel & Berkheide en dan pas de Rijnlandroute zal aanleggen. Hierdoor vindt de Commissie het aannemelijk dat geen aantasting van de natuur in deze gebieden zal optreden.

 

Eindoordeel en moties Provinciale Staten
Het oordeel van de Commissie is dat het MER en de aanvulling samen voldoende milieuinformatie bevatten over de in het MER onderzochte alternatieven.

Tijdens de behandeling van de trac├ękeuze in de Provinciale Staten zijn eerder moties aangenomen waarin om onderzoek gevraagd is naar onder meer andere tunnelvarianten of verlengde verdiepte liggingen. Dit onderzoek is nog niet afgerond en kon dan ook niet bij het voorontwerp inpassingplan en dit advies worden meegenomen. Mocht dit onderzoek leiden tot een scopewijziging en daaraan verbonden nieuwe alternatieven dan is de Commissie bereid deze in een tweede aanvulling op het MER te beoordelen.

Persbericht