Kansen gemist in MER

Persbericht | 23 januari 2014

In het MER voor de structuurvisie Wind op Land zijn niet alle gebieden onderzocht die geschikt zijn voor windenergie. Alleen gebieden waarover met de provincies afspraken zijn gemaakt, zijn doorgelicht. Een bredere analyse had naar de mening van de Commissie tot een beter onderbouwde afweging geleid. Dit neemt niet weg dat het MER de mogelijkheid biedt randvoorwaarden en aandachtspunten vast te leggen voor grootschalige windenergie in de wel onderzochte gebieden.

 

Het plan
De Rijksoverheid wil in 2020 samen met de provincies 6.000 MW aan windenergie op land realiseren. De ontwerpstructuurvisie Wind op Land wijst gebieden aan voor grootschalige windenergie en beschrijft randvoorwaarden en aandachtspunten voor concrete projecten.

 

Het kabinet neemt binnenkort, na overleg met de Tweede Kamer, een besluit over de visie. Om dat besluit te ondersteunen is een MER opgesteld. De Commissie oordeelde vorig jaar dat het MER nog onvolledig was. Daarop is het MER aangevuld. Op verzoek van de minister van Infrastructuur en Milieu en de minister van Economische Zaken toetste de Commissie de beschikbare informatie nu opnieuw.

 

Oordeel MER en aanvulling daarop
Het onderzoek is beperkt gebleven tot gebieden waarover eerder met de provincies afspraken zijn gemaakt. Uit de aanvulling blijkt dat een deel van deze gebieden zeer negatieve totaalscores voor milieu en natuur heeft. Het beperken van effecten is soms mogelijk, maar leidt vaak tot minder ruimte voor turbines. Ook is de totaal beschikbare ruimte niet zeker vanwege concurrerende ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en recreatie. Een analyse van àlle geschikte gebieden had kunnen leiden tot een bredere selectie. De kans op het bereiken van 6.000 MW in 2020 was daarmee vergroot én dit had ruimte geboden voor de doorontwikkeling van windenergie ná 2020. Met deze informatie had een beter onderbouwde afweging gemaakt kunnen worden.

 

Positief is dat het MER inrichtingsprincipes beschrijft om rekening te houden met het landschap en gebiedspecifieke aandachtspunten noemt, zoals beschermde dorpsgezichten, stiltegebieden en verstoring van defensieradar.

 

Uit het MER blijkt dat negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Zo kunnen populaties van beschermde vogelsoorten langs de kust en in het IJsselmeergebied aangetast worden. Ook hierdoor is de kans aanwezig dat in een later stadium alsnog buiten de geselecteerde gebieden ruimte voor windenergie gezocht moet worden.

 

Persbericht

Zie ook project 2636. Structuurvisie Windenergie op land